Waarom zijn dikke mensen dik en dunne mensen dun?

De oorzaak van overgewicht is een disbalans tussen energie-inname (calorie-inname; eten) en energiegebruik (door onder andere bewegen). Door meer calorieën te eten, dan te verbranden, ontstaat een positieve energiebalans en worden mensen dik. Overgewicht kan ontstaan door bepaalde medicijnen en een traag werkende schildklier. Meestal is overgewicht een gevolg van leefstijl en genen. Dunne mensen blijken aan de ene kant minder aanleg te hebben om dik te worden. Dunne mensen zitten sneller vol en bewegen meer. Ook verhogen dunne mensen hun ruststofwisseling meer en vergroten hun spiermassa meer bij een te grote calorie-inname. Tenslotte zetten dunne mensen extra calorieën minder snel om in vet en maken dunne mensen onbewust gezondere voedingskeuzes. Dikke mensen kunnen afvallen door die dingen bewust te doen die dunne mensen meer onbewust doen. Minder eten, meer bewegen, minder eten bij stress en krachttraining doen, zijn strategieën die dikke mensen kunnen oppakken om af te vallen.

Mensen met aanleg om dik te worden, overleven langer

Heel erg lang geleden waren er tijden van overvloed en tijden van schaarste. In tijden van overvloed was het handig om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan om zo een vetvoorraad te hebben. In tijden van schaarste leverde de grote vetvoorraad extra energie om zo de kans op overleven te vergroten. Mensen die een grote aanleg hadden om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan, hadden een grotere kans om te overleven. Deze mensen met de aanleg (de juiste genen) om dik te worden, overleefden de tijden van schaarste, terwijl de mensen zonder aanleg om dik te worden stierven.

Survivor of the fattest

De mensen met de meeste aanleg om dik te worden, kregen nakomelingen (kinderen) die ook weer een grotere aanleg hadden om dik te worden. Uiteindelijk is de huidige moderne mens ontzettend goed om veel calorieën te eten in korte tijd; tot wel 1500 calorieën in een kwartier en het overschot aan calorieën goed in vet op te slaan (1500 calorieën is ongeveer driekwart van de dagelijkse caloriebehoefte van de mens). Mensen met de beste aanleg om dik te worden, kunnen het beste perioden met schaarste overleven.

Evolutie keert zich tegen de mens

Vanuit evolutionair oogpunt levert de aanleg om dik te worden een groot voordeel op om te overleven. Echter gaat de maatschappelijke ontwikkeling veel sneller dan de evolutionaire ontwikkeling van de mens en keren de goed aangepaste genen zich tegen ons. In onze huidige maatschappij is er veel calorierijk voedsel in overvloed aanwezig tegen een zeer lage prijs. Het wordt de mens dus erg makkelijk gemaakt om in korte tijd veel te eten en moeilijk gemaakt om veel te bewegen.

Over het algemeen zullen veel mensen ten prooi vallen aan hun extreem goed aangepaste genen en dik worden. Sommige mensen hebben zulke sterk aangepaste genen en worden nog sneller dik wanneer ze te veel eten. Er zijn echter uitzonderingen op de algemeen zeer goed aangepaste mens. Sommige mensen zijn niet goed in veel eten in korte tijd en zitten sneller vol na eten, eten minder calorierijk voedsel, vinden calorierijk voedsel minder lekker en slaan minder efficiënt vet op.

Het FTO-gen en meer kunnen eten

Een van de genen die zeer sterk is aangepast gedurende onze evolutie, is het FTO-gen (Fat mass and Obesity associated gene). Het FTO-gen reguleert in belangrijke mate honger en verzadiging. Een aanpassing (mutatie) in het FTO-gen zorgt ervoor dat mensen sneller weer gaan eten na een maaltijd. Mensen met de mutatie in het FTO-gen zijn minder verzadigd na een maaltijd en hebben sneller weer honger, dan mensen die de mutatie in het FTO-gen niet hebben.

Dikke mensen hebben vaker een mutatie in het FTO-gen, dunne mensen niet

Mensen met een mutatie in het FTO-gen blijken vaker ernstig overgewicht te hebben, dan dunne mensen. Dunne mensen blijken bijna niet in staat om te veel te eten. Zelfs wanneer dunne mensen verplicht meer calorieën moeten eten, blijkt dat bijna onmogelijk voor hen te zijn. Dunne mensen zitten sneller vol en hebben minder snel honger.

Dunne mensen kiezen gezondere en verantwoorde voeding

Dunne mensen zijn minder gevoelig voor hun omgeving in het maken van voedingskeuzes en zijn zich bewuster van hun voedingskeuzes.

Obesogene omgeving; veel vet eten en niet bewegen

In onze huidige omgeving is het zeer makkelijk om veel calorierijk (chips, snacks, chocolade) te eten en niet te bewegen. Zulke omgeving wordt een obesogene omgeving genoemd. Mensen met overgewicht blijken veel gevoeliger te zijn voor hun obesogene omgeving, dan dunne mensen. Mensen die zich door hun omgeving sneller laten verleiden tot het eten van calorierijk voedsel en inactiviteit worden sneller dik, dan mensen die hun obesogene omgeving kunnen weerstaan. Dunne mensen blijken de bewuste keuze te maken om de obesogene omgeving te weerstaan en de keuze maken om veel groente, fruit, volkoren producten, magere zuivel en vlees en vis te eten en veel te bewegen.

Dunne mensen kunnen niet stilzitten en willen bewegen en sporten

Dunne mensen blijken vaak de genetische aanleg te hebben om veel te willen bewegen. De drang om veel te willen bewegen blijkt voor een groot deel erfelijk te zijn en dus in de genen vast te liggen. Naast de mutatie in het FTO-gen dat vaak leidt tot te veel eten, blijkt de drang om veel, of juist weinig te bewegen ook erfelijk te zijn. Mensen die dus veel willen bewegen en de drang hebben om veel te bewegen (sporten), hebben dat voor een groot deel te danken aan hun genen. Echter de drang om veel te willen bewegen is niet genoeg. Er moet ook gehoor worden gegeven aan de drang om veel te willen bewegen. Mensen met de drang om veel te bewegen, bewegen echter vaak veel meer, verbranden meer calorieën en worden niet snel te dik.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen

Naast dat dunne mensen vaak de drang hebben om veel te bewegen, blijken dunne mensen ook meer onwillekeurige bewegingen (fidgetting in het Engels) te maken. Onwillekeurige bewegingen zijn bijvoorbeeld het niet stil kunnen zitten met een been, of steeds tikken met een vinger.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen. Ook maken dunne mensen meer onwillekeurige bewegingen wanneer ze te veel calorieën hebben gegeten en voeren ze zelfs energiegebruik door onwillekeurige bewegingen nog meer op. Mensen die niet meer onwillekeurige bewegingen maken, zodra ze te veel calorieën hebben gegeten, hebben een grotere kans om dik te worden, omdat ze het overschot aan gegeten calorieën niet verbranden.

Dunne mensen hebben een inefficiëntere verbranding

Het totale energiegebruik is te verdelen in ruststofwisseling, specifiek dynamische werking en energiegebruik door fysieke activiteit.

Ruststofwisseling

Ruststofwisseling wordt bepaald door alle calorieën die worden verbrand om het lichaam in rust te laten functioneren.

Specifieke dynamische werking

Specifieke dynamische werking is de hoeveelheid calorieën die wordt verbrand bij het verteren, opnemen en vervoeren van voedingsstoffen in het lichaam. Wanneer mensen te veel calorieën eten, dan zij nodig hebben, heeft het lichaam twee keuzes; of zoveel mogelijk calorieën proberen te verbranden, of het overschot aan calorieën omzetten in vet.

Mensen met weinig aanleg om dik te worden, verbranden tot wel 30% van het overschot aan gegeten calorieën, terwijl mensen met veel aanleg om dik te worden, maar 5% verbranden van het overschot aan gegeten calorieën. Dunne mensen slaan dus maar 70% van te veel gegeten calorieën op als vet, terwijl dikke mensen 95% van te veel gegeten calorieën opslaan als vet.

Het is echter ook zo dat een overschot aan calorieën in de vorm van eiwitten makkelijker wordt verbrand en minder snel wordt opgeslagen als vetvoorraad. Een overschot aan calorieën in de vorm van vet wordt bijna direct in de vetvoorraad opgeslagen. Dunne mensen blijken vaker eiwitrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller worden verbrand. Dikke mensen blijken vaker vetrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller als vet wordt opgeslagen.

Dunne mensen zetten te veel gegeten calorieën om in spieren

Wanneer dunne mensen te veel calorieën eten, blijken zij de eiwitten in de voeding makkelijker om te zetten in extra spieren (spiermassa), waar dikke mensen het overschot aan calorieën omzetten in vet. Wanneer de eiwitten worden omgezet in spiermassa bij dunne mensen heeft dat dubbel voordeel. Aan de ene kant kost het omzetten van eiwitten in spieren meer energie. Hierdoor wordt de stofwisseling verhoogd. Aan de andere kant verhoogt de extra hoeveelheid spiermassa de ruststofwisseling, waardoor de verbranding van calorieën toeneemt.

Dunne mensen worden dun door stress, dikke mensen worden dik door stress

Wanneer de mens stress heeft, ziet men vaak twee tegengestelde reacties op de voedingsinname.

Meer eten door stress

Sommige mensen met veel stress gaan juist meer eten en vaak ook de ongezonde calorierijke voedingsmiddelen meer eten.

Minder eten door stress

Andere mensen met veel stress eten juist veel minder. Wanneer mensen met stress tot de tweede groep behoren, zullen zij juist afvallen, in tegenstelling tot mensen van de eerste groep die juist dik zal worden door stress.

Verkoudheid en dik worden

Er is een speciaal soort verkoudheidsvirus, het adenovirus 36 dat vaker wordt gevonden bij dikke mensen, dan bij dunne mensen. Er wordt gedacht dat dit virus de vetcellen stimuleert om meer vet op te slaan en sneller te delen, waardoor nog meer vet kan worden opgeslagen.

Verkoudheid oorzaak, of gevolg van dik worden

Het is echter onduidelijk of er een oorzakelijk verband is tussen het adenovirus 36 en dik worden. Het is niet duidelijk of het virus echt tot overgewicht leidt. Dikke mensen zijn namelijk ook vaker ziek en raken daardoor misschien besmet door het specifieke virus en is het virus niet de oorzaak van hun dik zijn.

Wat kunnen dikke mensen leren van dunne mensen om af te vallen?

Niet alleen aanleg en gedrag leiden tot overgewicht

Naast de erfelijke en gedragsfactoren kunnen ook bepaalde aandoeningen aan de schildklier en medicijnen tot overgewicht leiden. Zo leidt een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) tot een trage stofwisseling en dus een laag energiegebruik. Mensen met een laag energiegebruik worden sneller dik bij een bepaalde calorie-inname, dan mensen met een normaal energiegebruik. Ook bepaalde medicijnen, zoals bepaalde soorten antidepressiva (Lithium) en Beta-blokkers kunnen, of de calorie-inname vergroten, of het energiegebruik verlagen. De kans om te zwaar te worden, neemt dan toe.

Erfelijkheid is van invloed op gedrag bij het ontwikkelen van overgewicht

Zoals hierboven is beschreven zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat dunne mensen dun zijn erfelijk. Zo is het verzadigingsgevoel, hongergevoel en de drang om te bewegen erfelijk. Deze factoren beïnvloeden echter sterk het gedrag van iemand. Iemand kiest er dus uiteindelijk zelf voor om meer te gaan eten en de slechte calorierijke dingen te eten. Mensen kunnen zich bewuster worden van hoeveel zij eten en bewegen en dit bewust proberen te beïnvloeden.

Ook kunnen mensen ervoor kiezen om meer aan krachtsport te doen om zo meer spiermassa op te bouwen en zo de stofwisseling te verhogen. Verder kan op een andere manier met stress worden omgegaan in plaats van de stress weg te eten. Bijvoorbeeld meer bewegen is een goede manier om met stress om te gaan. Door meer te bewegen in plaats van de stress weg te eten, snijdt het mes aan twee kanten.

Tenslotte kan iemand wel meer vatbaar of gevoelig zijn om dik te worden. Mensen maken uiteindelijk wel zelf te keus in wat zij eten en hoeveel zij bewegen. Door de juiste verstandige bewuste keuze dag in, dag uit te maken en geen snelle resultaten te verwachten van een gezond verantwoord voedingspatroon en nieuw trainingsschema zal afvallen en een gezond gewicht bijna onvermijdelijk zijn.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Calorische restrictie (minder eten) verlengt je leven

Geen tv-kijken verlengt je leven

10 kilo afvallen door geen suiker te eten

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

www.youtube.nl https://www.youtube.com/watch?v=dAQr77QMJiw opgevraagd op 28-11-2015
Reuter CP, Rosane De Moura Valim A, Gaya AR, Borges TS, Klinger EI, Possuelo LG, Franke SI, Kmetzsch L, Vainstein MH, Prá D, Burgos MS (2015), FTO polymorphism, cardiorespiratory fitness, and obesity in Brazilian youth. American Journal of Human Biology
Marra M, Pasanisi F, Montagnese C, De Filippo E, De Caprio C, de Magistris L, Contaldo F. (2007) BMR variability in women of different weight. Clinical Nutrition
Bray GA, Redman LM, de Jonge L, Covington J, Rood J, Brock C, Mancuso S1, Martin CK, Smith SR. (2015) Effect of protein overfeeding on energy expenditure measured in a metabolic chamber. American Journal of Clinical Nutrition
www.scientias.nl http://www.scientias.nl/verband-tussen-overgewicht-en-virus-gevonden/ opgevraagd op 28-11-2015