Tag Archives: SWOT-analyse

Wat is management?

Management betekent letterlijk beheersen, of het dirigeren van processen. Management komt voor op verschillende niveaus: op strategisch niveau, op het niveau van de organisatie en op het niveau van het leidinggeven van medewerkers.

Strategisch management
Strategisch management houdt zich bezig met de strategie bepalen van een organisatie. Vragen waar de strategisch manager mee bezig houdt zijn: wat is de visie van een organisatie? Wat is de missie van een organisatie? Wat zijn de doelstellingen een organisatie? Het klassiek strategisch management is een model waarmee het strategisch management in kaart kan worden gebracht. De SWOT-analyse wordt gebruikt om de interne Strength’s (strektes) en Weakness (zwaktes) en de externe Oppurtunities (kansen) en Threats (bedreigingen) van de organisatie in kaart te brengen. Wanneer de zwaktes en bedreigingen in kaart zijn gebracht, kan hier adequaat beleid op gemaakt worden. Tegenwoordig verandert de omgeving zo snel dat het klassiek strategisch management een star middel kan zijn om het beleid op lange termijn uit te stippelen. Het topmanagement houdt zich bezig met strategisch management.

Organisatiemanagement
Organisatiemanagement houdt zich bezig met de structuur en organisatie van mensen in een organisatie. Het organisatieschema of organogram brengt de formele organisatie van een bedrijf in kaart. In een organogram is duidelijk wat iemand doet. Welke functie iemand heeft binnen een bedrijf. Ook is een organogram duidelijk uit hoeveel hiërarchische niveaus een bedrijf bestaat. Wanneer er veel niveaus zijn is er een duidelijke hiërarchie en is er sprake van een steile organisatiestructuur. Communicatie in zulke structuur kan lastig zijn, omdat er zoveel niveaus zijn. Het kan dan lang duren voordat belangrijke beslissingen genomen worden. Het management staat niet dicht bij de werknemers. Ook kan het bovenste niveau te ver af staan van het laagste niveau. Wanneer er weinig niveaus zijn, is er sprake van een platte organisatie. Het nadeel van zulke organisatie kan zijn dat het hoogste niveau veel beslissingen moet nemen en weinig kan delegeren. Naast een formele organisatie is er binnen een bedrijf ook altijd een informele organisatie. Hiermee wordt bedoeld, is het normaal dat mensen te laat komen; spreken mensen elkaar aan met de voornaam; moeten mensen kloppen voordat de binnen komen; lunchen mensen samen of achter de PC, dragen mensen een pak op het werk? Dit zijn allemaal vraagstukken die niet te vangen zijn in de formele organisatie maar die impliciet aanwezig zijn en waar bijvoorbeeld nieuwe werknemers zich snel aan conformeren.

Leidinggeven van mensen
Wanneer aan mensen op straat wordt gevraagd wat zij verstaan onder management, dan zullen zij vaak antwoorden dat dat leidinggeven is. Dat de manager de traditionele baas is. De manager in deze zin van het woord is verantwoordelijk voor het optimaal presteren van zijn medewerkers. Het doel van de manager is om de kwaliteiten van een medewerker optimaal te benutten. Ook is het belangrijk dat de medewerkers tevreden zijn en blijven. Dit is ook een belangrijk doel van de manager! Over het leidinggeven van medewerkers wordt in dit artikel verder in gegaan. Om goed leiding te kunnen geven is zeker zelfinzicht nodig. Zelfinzicht is nodig om het welzijn te verbeteren; persoonlijke groei te bevorderen en het leert de manager om anderen te begrijpen. Wanneer de manager zelfinzicht heeft, weet de manager wat zijn sterke en zwakke kanten zijn en waar de manager zichzelf in moet ontwikkelen.

Zelfmanagement
Voor het “zelf” bestaan veel andere woorden; persoonlijkheid, karakter en identiteit. Deze woorden betekenen echter allemaal net iets anders, maar hebben wel veel met elkaar te maken.
De wetenschap die “het zelf” bestudeerd is de psychologie. Psychologie bestudeerd onder andere de volgende vraagstukken:

  • Wat bepaalt identiteit?
  • Hoe kun je persoonlijkheid omschrijven?
  • Is persoonlijkheid een constante?

Voor de manager is het erg handig om in ieder geval antwoord te krijgen op deze vragen wanneer deze betrekking hebben op de manager zelf.

Persoonlijkheid, identiteit en gedrag
De persoonlijkheid van iemand wordt bepaald door iemands persoonseigenschappen. Deze persoonseigenschappen liggen min of meer vast. Iemand die erg introvert is, zal nooit extravert worden. Het menselijk brein is erop gericht om snel iemands persoonlijkheid te taxeren en vaak gebeurd dat op basis van een momentopname. Dit betekent dat het brein het vaak mis kan hebben.
De identiteit van iemand is meer dan alleen persoonlijkheid. De identiteit wordt door de volgende factoren bepaald:

  • Persoonlijkheid
  • Opvoeding
  • Ervaringen
  • (Sub)cultuur
  • Leefsituatie
  • Positie en sekse


Persoonlijkheidstyperingen MBTI
De manager kan de persoonlijkheid van iemand inschatten met de Big Five en de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI).
De Big Five bestaat uit de volgende onderdelen waar de manager zichzelf en anderen op kan inschalen:

  • Openheid: is iemand open of gesloten
  • Conscentieusheid:  heeft iemand zelfdiscipline, beheersing
  • Extravert: is iemand intro- of extravert
  • Vertrouwen: kan iemand anderen vertrouwen en kan je diegene vertrouwen
  • Neuroticisme: is iemand snel angstig, zenuwachtig

Ook met de MBTI kan de manager de persoonlijkheid van anderen en zichzelf inschatten. De MBTI bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Omgaan met anderen: is iemand extravert (=E) of introvert (=I)
  • Informatie verzamelen: doet iemand zeer rationeel door alle mogelijkheden af te tasten (=S van sensing) of intuïtief (=N)
  • Problemen oplossen: doet iemand dat door denken (T van Thinking) of door de voelen (F van Feeling)
  • Beslissen: doet iemand dat recht toe-recht aan (J) of door veel waar te nemen (P)

Met een combinatie van letters kan de manager vervolgens iemand inschalen. ISTP is bijvoorbeeld introvert, verzamelt informatie rationeel, denkt en neemt veel waar alvorens te beslissen.

Gedrag
Er wordt tegenwoordig door managers steeds meer naar gedrag gekeken dan alleen maar naar persoonlijkheid. Bij een sollicitatieprocedure kan bijvoorbeeld een praktijktoets zitten. Deze praktijktoets wordt dan toegepast om te beoordelen wat het gedrag is van iemand in een bepaalde situatie.

Lees meer over dit onderwerp in: F. Koopmans, S Bosch, Managementvaardigheden in de praktijk, Wolters-Noordhoff 2008

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

18 bespaartips en een passief inkomen opbouwen

Tien stappen om miljonair te worden

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk; stap 1 meer sparen en besparen 

Maak je eigen geldmachine en wordt financieel onafhankelijk; stap 2 vermijd slechte investeringen

Bronnen:

F. Koopmans, S Bosch, Managementvaardigheden in de praktijk, Wolters-Noordhoff 2008

Scriptie schrijven: het plan van aanpak (PvA), projectplan

Afstuderen is meestal de laatste en zwaarste horde die je in een studie moet nemen. Meestal wordt een onderzoek gedaan, waarop wordt afgestudeerd. Onderzoek doen en daarover een scriptie schrijven is een hele opgave. Het schrijven en maken van een goed plan van aanpak (PvA) ook wel projectplan genoemd, zorgt ervoor dat een afstudeerperiode vlekkeloos verloopt. In dit artikel wordt kort beschreven waaraan een plan van aanpak (projectplan) moet voldoen.

Onderdelen van een plan van aanpak (projectplan)
Met een goed plan van aanpak (op basis van een goed plan van aanpak) moet het mogelijk zijn het onderzoek uit te kunnen voeren, zonder extreem veel van het onderzoek af te weten. Het plan van aanpak is als het ware een navigatiesysteem dat je helpt om je doel (het doen van goed onderzoek en een goede scriptie schrijven) te bereiken.
Een plan van aanpak bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Aanleiding en relevantie
  • Doelstelling
  • Probleemstelling
  • Onderzoeksvragen (dit kunnen theoretische, empirische en analytische vraagstellingen zijn)
  • Betrokken partijen
  • Werkwijze
  • Activiteitenplanning
  • Kosten
  • SWOT-analyse
  • Evaluatie

In de volgende paragrafen wordt ingegaan wat in elk deel van het plan van aanpak moet terugkomen.

Aanleiding en relevantie
Beschrijf in de aanleiding waarom je onderzoek wilt gaan doen naar het desbetreffende onderwerp. Dit kan bijvoorbeeld persoonlijke interesse zijn. Zoek je echter een opdrachtgever die je onderzoek moet gaan financieren, dan zal deze niet onder de indruk zijn van persoonlijke motieven. Een opdrachtgever kan wel gevoelig zijn voor de sociale, maatschappelijke en/of economische relevantie van je onderzoek. In een plan van aanpak is het gebruikelijk om de relevantie van je onderzoek te beschrijven.

Doelstelling
In de doelstelling beschrijf je wat je met het onderzoek wilt gaan bereiken. Hierin verwijs je weer terug naar je aanleiding. Binnen een fundamenteel onderzoek is de doelstelling vaak het beter begrijpen van een bepaald mechanisme. Binnen toegepast onderzoek uitgevoerd voor een opdrachtgever is je doelstelling vaak het doen van aanbevelingen.

Probleemstelling
De probleemstelling is het hart van je onderzoek. De probleemstelling tracht je te bevestigen of te ontkrachten, dit ligt aan je eigen visie en de beschikbare wetenschappelijke literatuur. Je probleemstelling is altijd een stelling die met “waar” of “niet waar” is te beantwoorden. Je probleemstelling operationaliseer (splits je uit) je met een aantal onderzoeksvragen.

Onderzoeksvragen
Met je onderzoeksvragen operationaliseer en concretiseer je de probleemstelling. Elke onderzoeksvraag moet antwoord geven op hoe, waarom, wanneer, hoeveel etc? Binnen je hoofdvraagstelling kun je een verdeling maken van een theoretische vraagstellingempirische vraagstelling en analytische vraagstelling.

Betrokken partijen
Beschrijf in dit deel van je plan van aanpak wie allemaal belangrijke partijen zijn in je afstudeerfase. Beschrijf in wat voor organisatie deze personen werkzaam zijn, wat de mailadressen en telefoonnummers zijn van deze personen. Beschrijf ook het soort organisatie waar deze personen werkzaam zijn.

Werkwijze
In het hoofdstuk werkwijze beschrijf je hoe je gaat onderzoeken. Welke meetmethoden ga je aanwenden om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden? Met welke mensen ga je praten? Welke literatuur ga je zoeken en in welke zoekmachines (pubmed, medline, cochrane)? Beschrijf in je plan van aanpak duidelijk welke activiteiten je gaat verrichten en hoeveel tijd je daarvoor nodig hebt. Beschrijf dit per week.
Als je in een duo afstudeert, verdeel dan de activiteiten ook in je plan van aanpak. Ook vermeld je met wie je wanneer gaat praten voor je onderwerp.

Activiteitenplanning
In je activiteitenplanning beschrijf je niet alleen wat je gaat doen, maar ook wanneer en met wie. Met behulp van je activiteitenplanning kun je zien of je onderzoek op schema ligt.

Kosten
In het onderdeel kosten van je plan van aanpak neem je op wat je totale onderzoek gaat kosten. De kosten kun je uitdrukken in geld, maar ook materialen, mankracht, uren etc…

SWOT-analyse
In de SWOT-analyse beschrijf je je sterktes (S van SWOT), zwaktes (Weakness, W van SWOT). Ook beschrijf je de externe kansen (Oppurtunities, O van SWOT) en bedreigingen (Threats, T van SWOT). Ook beschrijf je voor de sterktes en kansen hoe deze bijdragen aan het goed afronden van je onderzoek. Ook beschrijf je welke maatregelen je neemt om de zwaktes en bedreigingen tegen te gaan, om zo je onderzoek goed af te ronden.

Evaluatie
In je evaluatie beschrijf je hoe je gaat evalueren. Beperk je niet tot de evaluatie van je product alleen, maar tracht ook het proces te evalueren en als je in een duo afstudeert, evalueer elkaar dan ook.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

De kracht van discipline en doorzettingsvermogen; discipline zorgt voor succes

Scriptie: probleemstelling, vraagstelling en doelstelling

Hoe schrijf je een scriptie? Scriptie schrijven

Literatuurverwijzingen (APA) en literatuurlijst scriptie/verslag