Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Veel mensen dromen ervan om de loterij te winnen en daardoor nooit meer te hoeven te werken. De kans om de loterij te winnen is echter kleiner, dan getroffen worden door de bliksem. Financiële onafhankelijkheid is echter voor bijna iedereen bereikbaar. Er zijn maar twee zaken nodig om financieel onafhankelijk te worden. Deze twee zaken zijn voldoende tijd, maandelijks geld investeren in een indexfonds met lage kosten en een goed rendement. Door maandelijks geld te investeren in een indexfonds met lage kosten en lang genoeg te wachten, kun je een geldmachine bouwen die op een gegeven moment zoveel geld voor je oplevert, dat je kunt stoppen met werken. Financiële onafhankelijkheid bestaat uit drie niveaus. Deze drie niveaus zijn financiële zekerheid, financiële onafhankelijkheid en financiële vrijheid. De eerste stap naar een van deze drie niveaus van financiële onafhankelijkheid is meer geld overhouden, dan dat je uitgeeft.

Meer geld overhouden, beter kunnen sparen

Loterijwinnaars blijven vaak niet rijk

Om financieel onafhankelijk te worden, heb je absoluut geen grote som geld nodig door bijvoorbeeld de loterij te winnen. Het blijkt zelfs dat loterijwinnaars binnen enkele jaren hun geldprijs opmaken en zelfs vaak schulden hebben gemaakt. Dit komt omdat loterijwinnaars vaak niet hebben geleerd hoe zij met geld om moeten gaan.

Financieel onafhankelijk door maandelijks een vast bedrag te investeren

De meeste mensen die financieel onafhankelijk zijn geworden, hebben maandelijks een vast bedrag gespaard (ongeveer 10% van hun maandinkomen) en dat geïnvesteerd in een indexfonds met lage kosten en een goed jaarrendement van ongeveer 6 tot 7%.

Geef minder uit, dan je verdient

Je kunt alleen een geldmachine bouwen als je maandelijks meer geld overhoudt, dan je uitgeeft. Wellicht ben je in de veronderstelling dat je maandelijks al bijna niet kunt rondkomen, laat staan dat je kunt sparen. Als je denkt dat je niets kunt sparen, probeer dan te starten met sparen door dagelijks 1 euro (maandelijks 30 euro) te sparen. Vaak kun je wel dagelijks 1 euro sparen. Wanneer het lukt om 1 euro per dag te besparen, verhoog dan het bedrag naar 2 euro per dag. Probeer vervolgens weer het spaarbedrag te verhogen naar 3 euro per dag enzovoorts. Hieronder worden voorbeelden gegeven waarop je dagelijks geld kunt besparen:

  • Drink geen koffie van de Starbucks, maar neem koffie van thuis mee in een thermoskan
  • Neem een broodtrommel mee van thuis, in plaats van dagelijks lunch te kopen
  • Ga niet meer uit eten, maar kook dagelijks zelf
  • Bestel geen eten (pizza, Chinees, fastfood), maar kook dagelijks zelf
  • Neem voor korte stukjes rijden niet de auto, maar de fiets
  • Stop met roken
  • Kijk je verzekeringen na op dubbele kosten en schrap verzekeringen
  • Eet twee dagen in de week geen vlees, maar bonen
  • Koop groente en fruit in het seizoen en direct van de boer
  • Zet de verwarming een graad lager en doe een trui aan
  • Gebruik LED-lampen in plaats van spaarlampen en gloeilampen
  • Zeg je sportschoolabonnement op dat je toch niet gebruikt en ga dagelijks een half uur fietsen, of lopen
  • Ga op een goedkopere vakantie

Investeer en spaar je salarisverhoging, bonussen en eindejaarsuitkeringen

Wanneer je bovenstaande suggesties in bepaalde mate doorvoert in je huidige uitgavenpatroon moet het mogelijk zijn om 10%, of zelfs 20% van je inkomen te sparen. Wanneer het nog steeds niet lukt om je uitgavenpatroon te beperken, maak dan de belofte aan jezelf dat je de volgende salarisverhoging spaart, in plaats van je uitgavenpatroon weer aan te passen.

Naast je structurele salarisverhoging te investeren, kun je ook elke bonus en eindejaarsuitkering structureel investeren.

Bouw een financiële buffer op

Voordat je geld gaat investeren in je geldmachine, moet je een financiële buffer opbouwen. Geld dat namelijk in je geldmachine zit, mag je er heel lang niet uithalen (soms tot wel 40 jaar). Het kan namelijk voorkomen dat tijdelijk je vermogen een stuk in waarde daalt, omdat je hebt geïnvesteerd in aandelen waarvan de waarde tijdelijk is gedaald. Het is dan ongunstig om er geld uit te halen. Daarnaast is de belangrijkste kracht van je geldmachine het rente-op-rente effect. Zodra je geld uit je geldmachine haalt, gooi je zand in je geldmachine. Je rente-op-rente effect verdwijnt dan voor een deel.

Bouw dus eerst een financiële buffer op. Een financiële buffer bestaat uit een vermogen waarover je direct de beschikking hebt en waarover je geen kosten hoeft te betalen, zodra je er geld van nodig hebt. Een financiële buffer biedt bescherming tegen kleine en grote tegenslagen. Een kleine tegenslag is bijvoorbeeld een wasmachine die kapot is en vervangen moet worden. Een grote tegenslag is bijvoorbeeld werkeloosheid waardoor je in de WW komt en je inkomen drastisch daalt.

Afhankelijk van je eigen gevoel van zekerheid en het risico dat je wil nemen, wordt aangeraden om een financiële buffer op te bouwen ter grootte van zes tot twaalf maandsalarissen.

Bepaal je niveau van financiële onafhankelijkheid

Financiële onafhankelijkheid bestaat uit drie oplopende niveaus. Voor elk niveau van financiële onafhankelijkheid heb je meer geld nodig. Bepaal voor jezelf welk niveau van financiële onafhankelijkheid je wil bereiken. Het is de bedoeling dat je vervolgens een doelvermogen opbouwt dat past bij jouw niveau.

Vervolgens investeer je het uiteindelijke opgebouwde doelvermogen in een fonds dat jaarlijks een gegarandeerd rendement geeft. Je hebt dus op een gegeven moment financiële onafhankelijkheid en dus maandelijks een vast inkomen, doordat:

  1. aan de ene kant je maandelijks geld uit je doelvermogen haalt
  2. en aan de andere kant doordat je gegarandeerd rente krijgt over je doelvermogen

Vooral punt twee; het jaarlijks rente krijgen over je doelvermogen moet je voorzien in een vast maandinkomen.

Geen gigantisch vermogen nodig voor financiële onafhankelijkheid

Er wordt vaak gedacht dat je gigantische bedragen nodig hebt om een bepaald niveau van financiële onafhankelijkheid te bereiken. In de praktijk blijkt dat het benodigde vermogen veel lager is, dan gedacht. Hieronder worden de drie niveaus van financiële onafhankelijkheid toegelicht en wordt toegelicht hoeveel vermogen je ongeveer nodig hebt voor het betreffende niveau van financiële onafhankelijkheid.

Niveau 1: financiële zekerheid

Financiële zekerheid is dat niveau van financiële onafhankelijkheid waarbij je genoeg vermogen hebt opgebouwd om al je vaste lasten te kunnen betalen. Met vaste lasten wordt dan bedoeld:

  • Hypotheekkosten, hypotheekrente en aflossing van de hypotheek
  • Alle verzekeringen (waaronder autoverzekering en ziektekostenverzekering)
  • Gemeentelijke belastingen
  • Energiekosten (gas, water en elektriciteit)
  • Studiekosten voor kinderen (schoolgeld, collegegeld, kamerverhuur, boeken)
  • Boodschappen
  • Auto, benzinekosten, afschrijvingskosten en reparatiekosten
  • Onderhoudskosten voor een huis

Gemiddeld bedragen de vaste lasten ongeveer 80% van een maandinkomen. Wanneer je geen hypotheek meer hebt, liggen de vaste lasten zomaar 30% lager. Om financiële zekerheid te bereiken, moet je een vermogen opbouwen dat gelijk staat aan twintig keer 80% van je jaarsalaris. Stel je verdient jaarlijks 25.000 euro netto, dan moet je een doelvermogen opbouwen van 400.000 euro voor financiële zekerheid.

In dit bedrag wordt geen rekening gehouden dat je wellicht gedurende het opbouwen van het benodigde vermogen je hypotheek aflost en op een gegeven moment pensioen en AOW ontvangt. Ook wordt er geen rekening mee gehouden dat je rente krijgt over het opgebouwde vermogen. In werkelijkheid zal dus het benodigde vermogen voor financiële zekerheid lager zijn.

Niveau 2: financiële onafhankelijkheid

Financiële onafhankelijkheid is het niveau waarbij je kunt voorzien in alle vaste lasten, plus alle extra dingen die je nu ook hebt, zoals bijvoorbeeld vakanties, cadeautjes voor jezelf, partner en kinderen, abonnementen, uit eten gaan etc… Eigenlijk staat dit niveau van financiële onafhankelijkheid gelijk aan je huidige uitgavenpatroon. Stel je spendeert je gehele jaarsalaris, dan moet je voor financiële onafhankelijkheid een doelvermogen gelijk aan 20 keer je jaarsalaris opbouwen. Stel je verdient jaarlijks 25.000 euro, dan moet je een doelvermogen opbouwen van 500.000 euro.

Niveau 3: financiële vrijheid

Financiële vrijheid bestaat uit het vermogen nodig voor financiële onafhankelijkheid vermeerderd met de kosten voor alle extra dingen die je wil hebben. Wellicht wil je nog op wereldreis, een bepaalde auto, of horloge, of sieraad kopen, een vakantiehuis in Frankrijk kopen, etc… De kosten die hiermee gemoeid zijn, moet je bij het bedrag nodig voor financiële onafhankelijkheid optellen.

De kracht van rente-op-rente; samengestelde rente

De drijvende kracht van je geldmachine is rente-op-rente (samengestelde rente). Albert Einstein noemde rente-op-rente al de grootste kracht van het universum. Samengestelde rente zorgt ervoor dat jouw vermogen groeit zonder dat jij daar iets voor hoeft te doen.

Investeer maandelijks een vast bedrag en begin vroeg met investeren

Door het gespaarde maandelijkse spaarbedrag te investeren, bouw je je geldmachine op. Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te beginnen met investeren. Waarom maandelijks investeren belangrijk is, wordt met een voorbeeld duidelijk gemaakt.

Jan en Piet gaan investeren

Stel er zijn twee broers; Jan en Piet. Jan en Piet hebben allebei ongeveer 360.000 euro nodig voor het tweede niveau van financiële onafhankelijkheid. Beide broers kunnen 300 euro per maand investeren tegen een jaarrendement van 6%.

Jan begint met investeren op zijn 25ste jaar en stopt op zijn 40ste jaar en laat dan het geld vaststaan tot zijn 65ste jaar. In totaal heeft Jan 54.000 euro geïnvesteerd.

Piet begint met investeren op zijn 45ste jaar en stopt op zijn 65ste jaar. In totaal heeft Piet 72.000 euro geïnvesteerd. Jan heeft met zijn investeringsstrategie in totaal 359.630 euro opgebouwd; bijna zijn doelvermogen. Terwijl Piet 132.428 euro heeft opgebouwd.

Jan heeft 18.000 euro minder geïnvesteerd en toch bijna drie keer zoveel vermogen opgebouwd als Piet! Door vroeg te beginnen met investeren, kan het rente-op-rente effect erg lang zijn werk doen en hoef je minder geld te investeren.

Neem geen geld tussendoor op en herinvesteer al je dividend

Om optimaal te profiteren van het rente-op-rente effect is het belangrijk om geen enkele euro tussentijds op te nemen en naast de rente-op-rente ook al het dividend dat je ontvangt te herinvesteren.

Passief versus actief beleggen

Er zijn zeer veel verschillende manieren om te investeren. Zo kun je in aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen, kunst en cash investeren.

Voor de kleine particuliere investeerder rendeert het niet om in individuele aandelen, obligaties etc… te investeren. Er is namelijk aan de ene kant veel kennis van het investeringsproduct nodig, aan de ander kant zijn er met het instappen veel kosten gemoeid. Verder is er een groot bedrag nodig om te kunnen investeren. Zowel kennis en veel geld heb je als particuliere investeerder vaak niet. Onder andere om deze redenen zijn de beleggingsfondsen uitgevonden. Beleggingsfondsen zijn een verzameling van verschillende investeringsmogelijkheden, waarmee je met een klein investeringsbedrag al kunt investeren.

Een beleggingsfonds kan actief of passief beheerd worden. Hieronder wordt uitgelegd wat de verschillen zijn en wordt aangegeven welke van deze beleggingsfondsen gunstig voor je zijn.

Actieve beleggingsfondsen

Bij actieve beleggingsfondsen probeert de fondsbeheerder (fondsmanager) de markt te voorspellen en te verslaan en op basis daarvan transacties, aankopen, of juist verkopen te doen. Het is belangrijk om te weten dat elke transactie geld kost. Ook zijn de administratiekosten vaak een stuk hoger van een actief beheerd beleggingsfonds, omdat ook elke transactie geadministreerd moet worden. Vaak zijn dit verborgen kosten. Daarnaast krijgt de fondsmanager een fors salaris dat ook uit de beleggingen (lees jouw investering) wordt betaald.

Passieve beleggingsfondsen

Bij passieve beleggingsfondsen koopt de fondsbeheerder exact alle aandelen, of obligaties, of doet andere investeringen die een zo precies mogelijke afspiegeling van een markt zijn; bijvoorbeeld de AEX-index. Vervolgens worden alleen aandelen (of andere investeringsmogelijkheden) verkocht of gekocht wanneer de markt die wordt gevolgd verandert. De fondsbeheerder volgt dus de markt en er zijn dus ook weinig transacties (en dus weinig transactie- en administratiekosten). Passieve beleggingsfondsen staan bekend als indexfondsen, of trackers.

Markt is niet te voorspellen en niet te verslaan

Binnen actief beheerde beleggingsfondsen wordt gedacht dat de markt te voorspellen is en nog belangrijker te verslaan is. Dit is echter niet het geval! Er zijn onderzoeken bekend waarin apen beter de markt weten te voorspellen dan hoogopgeleide beleggingsexperts.

Uit onderzoek blijkt eveneens dat 96% van de actief beheerde beleggingsfondsen een slechter rendement heeft, dan een aandelenmarkt (bijvoorbeeld de AEX-index) en dus passief beheerde beleggingsfondsen over dezelfde periode.

Door de markt niet te willen voorspellen en te willen verslaan, maar gewoon te volgen en dus te beleggen in passief beheerde fondsen is het jaarlijkse gemiddelde actuele rendement ongeveer gelijk aan bijvoorbeeld de AEX en dus ongeveer 6,75%. Daarnaast zijn de kosten vaak ook nog een stuk lager van een passief beheerd beleggingsfonds, waardoor je nettorendement een stuk beter is. Je uiteindelijke rente-op-rente is dan ook een stuk groter!

Let op (verborgen) kosten

Beleggen in een beleggingsfonds brengt kosten met zich mee. Er moeten namelijk verschillende kosten worden gemaakt zoals transactiekosten, administratiekosten, beheerskosten etc…Deze kosten worden betaald uit je investering en drukken dus je nettorendement. Door de kosten dus laag te houden, wordt je nettorendement hoger. Passief beheerde beleggingsfondsen hebben vaak lage kosten, ongeveer 0,5 tot 1,0%. Je daadwerkelijke jaarlijkse nettorente wordt dus in plaats van 6,75%, ongeveer 6,0%. Bij een actief beheerd beleggingsfonds kunnen de kosten oplopen tot wel 3% en wordt je nettorendement in het gunstigste geval 3,75%, terwijl je als investeerder wel al het risico loopt.

Dus bij een actief beheerd beleggingsfonds betaal je als investeerder al de kosten. Als er al een goed rendement wordt gemaakt, gaat er een groot deel van de winst verloren aan kosten. Als het slecht gaat met de investering betaal je ook nog eens 3% kosten, waardoor je vermogen nog meer afneemt.

Warren Buffet adviseert om te beleggen in indexfondsen

Warren Buffet, de grootste en beste belegger adviseert aan zijn fondsmanagers te beleggen in indexfondsen (passief beheerde beleggingsfondsen), omdat hij er zeker van is dat die uiteindelijk beter presteren dan de actieve beleggingsstrategie van de fondsmanagers. Buffet heeft zelfs ooit zijn beste fondsmanagers uitgedaagd om over een periode van vijf jaar actief te beleggen en de prestaties af te zetten tegen een passief beheerd beleggingsfonds (indexfonds). Wat bleek? Geen enkele van zijn fondsmanagers presteerde beter dan het passief beheerde beleggingsfonds over dezelfde periode.

Gespreid beleggen is belangrijk

Het is nu duidelijk geworden dat het belangrijk is om zo vroeg mogelijk te beginnen met investeren, niet tussentijds geld op te nemen en te beleggen in indexfondsen, of trackers. Verder is het belangrijk om de investeringen te spreiden in aard en tijd.

Spreiding in verschillende soorten investeringen is belangrijk

Er zijn verschillende mogelijkheden in beleggen in indexfondsen. Zo zijn er indexfondsen die een specifieke aandelenmarkt volgen zoals bijvoorbeeld de AEX-index, DOW-jones, CAC-40 en DAX. Ook zijn er indexfondsen die bestaat uit investeringen in verschillende obligatiefondsen, grondstoffondsen etc…

Nu is het zo dat er zelfs indexfondsen zijn die in verschillende aandelenmarkten, obligatiefondsen en grondstoffondsen tegelijkertijd investeren. Deze fondsen hebben een maximale spreiding. Blackrockfondsen die in Nederland bijvoorbeeld door de Rabobank worden aangeboden, hebben zulke brede spreiding. Deze blackrockfondsen hebben lage kosten en worden in verschillende risicocategorieën aangeboden.

Spreiding in tijd is belangrijk

Naast spreiding in verschillende soorten beleggingen is het misschien nog wel belangrijker om je investeringen te spreiden in tijd. Investeer dus niet een groot bedrag in een keer, maar spreid dit bedrag over een grotere tijd uit. Het kan namelijk zijn dat je investering in een korte tijd erna in waarde halveert. Wanneer je dan een groot bedrag hebt geïnvesteerd ben je veel van je geld kwijt, of duurt het lang voordat de investering weer de beginwaarde heeft.

Wanneer je het grote bedrag dat je wil investeren, echter spreidt over bijvoorbeeld 12 maandelijkse termijnen compenseer je voor tijden dat een investering in waarde halveert. De ene maand koop je bijvoorbeeld voor 300 euro per maand 10 aandelen van 30 euro en de maand daarna 20 aandelen van 15 euro.

Risico, rendement en leeftijd

Bij investeringen is het goed om te realiseren dat elke investering een bepaald risico en rendement heeft. Hoe groter het risico des te groter kan ook het rendement zijn. Bij een laag risico, is het rendement ook lager. Het risico dat je veel geld kwijtraakt, hangt ook af van je beleggingshorizon.

Als je je vermogen niet binnen korte tijd nodig hebt; je beleggingshorizon ligt ver weg, wordt je risico ook kleiner. Eventuele tegenvallers kun je nog genoeg compenseren in de rest van de tijd. Als je dus jong bent en je beleggingshorizon ligt ver weg (minimaal 15 jaar), kun je wat meer risico nemen met beleggingen. Investeer echter nooit in alleen maar risicovolle beleggingen. Als je je vermogen binnen korte tijd nodig hebt, dus binnen 15 jaar, is het niet verstandig om in risicovolle beleggingen te investeren.

Indexfondsen die beleggen in stabiele aandelenmarkten en stabiele obligatiefondsen hebben een veel lager risico dan zogenaamde indexfondsen die beleggen in zogenaamde groeimarkten.

Gebruik geld uit je geldmachine wanneer je je doelvermogen hebt bereikt

Als je eenmaal je doelvermogen hebt opgebouwd, herinvesteer je het doelvermogen voor een deel naar een, of meerdere spaarrekeningen die vallen onder het depositogarantiestelsel. Een spaarrekening die valt onder het depositogarantiestelsel keert voor een bedrag van 100.000 euro altijd het geld uit dat je bij de desbetreffende bank hebt gestald.

Een ander deel van je vermogen herinvesteer je in een stabiel obligatiefonds die maandelijks geld uitkeert, en/of inkomensverzekeraar met lage kosten die maandelijks geld uitkeert. Maandelijks kun je nu geld opnemen van de spaarrekening en keren het obligatiefonds en inkomensverzekeraar geld uit.

Lees ook:

Waarom zijn dikke mensen dik en dunne mensen dun?

De oorzaak van overgewicht is een disbalans tussen energie-inname (calorie-inname; eten) en energiegebruik (door onder andere bewegen). Door meer calorieën te eten, dan te verbranden, ontstaat een positieve energiebalans en worden mensen dik. Overgewicht kan ontstaan door bepaalde medicijnen en een traag werkende schildklier. Meestal is overgewicht een gevolg van leefstijl en genen. Dunne mensen blijken aan de ene kant minder aanleg te hebben om dik te worden. Dunne mensen zitten sneller vol en bewegen meer. Ook verhogen dunne mensen hun ruststofwisseling meer en vergroten hun spiermassa meer bij een te grote calorie-inname. Tenslotte zetten dunne mensen extra calorieën minder snel om in vet en maken dunne mensen onbewust gezondere voedingskeuzes. Dikke mensen kunnen afvallen door die dingen bewust te doen die dunne mensen meer onbewust doen. Minder eten, meer bewegen, minder eten bij stress en krachttraining doen, zijn strategieën die dikke mensen kunnen oppakken om af te vallen.

Mensen met aanleg om dik te worden, overleven langer

Heel erg lang geleden waren er tijden van overvloed en tijden van schaarste. In tijden van overvloed was het handig om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan om zo een vetvoorraad te hebben. In tijden van schaarste leverde de grote vetvoorraad extra energie om zo de kans op overleven te vergroten. Mensen die een grote aanleg hadden om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan, hadden een grotere kans om te overleven. Deze mensen met de aanleg (de juiste genen) om dik te worden, overleefden de tijden van schaarste, terwijl de mensen zonder aanleg om dik te worden stierven.

Survivor of the fattest

De mensen met de meeste aanleg om dik te worden, kregen nakomelingen (kinderen) die ook weer een grotere aanleg hadden om dik te worden. Uiteindelijk is de huidige moderne mens ontzettend goed om veel calorieën te eten in korte tijd; tot wel 1500 calorieën in een kwartier en het overschot aan calorieën goed in vet op te slaan (1500 calorieën is ongeveer driekwart van de dagelijkse caloriebehoefte van de mens). Mensen met de beste aanleg om dik te worden, kunnen het beste perioden met schaarste overleven.

Evolutie keert zich tegen de mens

Vanuit evolutionair oogpunt levert de aanleg om dik te worden een groot voordeel op om te overleven. Echter gaat de maatschappelijke ontwikkeling veel sneller dan de evolutionaire ontwikkeling van de mens en keren de goed aangepaste genen zich tegen ons. In onze huidige maatschappij is er veel calorierijk voedsel in overvloed aanwezig tegen een zeer lage prijs. Het wordt de mens dus erg makkelijk gemaakt om in korte tijd veel te eten en moeilijk gemaakt om veel te bewegen.

Over het algemeen zullen veel mensen ten prooi vallen aan hun extreem goed aangepaste genen en dik worden. Sommige mensen hebben zulke sterk aangepaste genen en worden nog sneller dik wanneer ze te veel eten. Er zijn echter uitzonderingen op de algemeen zeer goed aangepaste mens. Sommige mensen zijn niet goed in veel eten in korte tijd en zitten sneller vol na eten, eten minder calorierijk voedsel, vinden calorierijk voedsel minder lekker en slaan minder efficiënt vet op.

Het FTO-gen en meer kunnen eten

Een van de genen die zeer sterk is aangepast gedurende onze evolutie, is het FTO-gen (Fat mass and Obesity associated gene). Het FTO-gen reguleert in belangrijke mate honger en verzadiging. Een aanpassing (mutatie) in het FTO-gen zorgt ervoor dat mensen sneller weer gaan eten na een maaltijd. Mensen met de mutatie in het FTO-gen zijn minder verzadigd na een maaltijd en hebben sneller weer honger, dan mensen die de mutatie in het FTO-gen niet hebben.

Dikke mensen hebben vaker een mutatie in het FTO-gen, dunne mensen niet

Mensen met een mutatie in het FTO-gen blijken vaker ernstig overgewicht te hebben, dan dunne mensen. Dunne mensen blijken bijna niet in staat om te veel te eten. Zelfs wanneer dunne mensen verplicht meer calorieën moeten eten, blijkt dat bijna onmogelijk voor hen te zijn. Dunne mensen zitten sneller vol en hebben minder snel honger.

Dunne mensen kiezen gezondere en verantwoorde voeding

Dunne mensen zijn minder gevoelig voor hun omgeving in het maken van voedingskeuzes en zijn zich bewuster van hun voedingskeuzes.

Obesogene omgeving; veel vet eten en niet bewegen

In onze huidige omgeving is het zeer makkelijk om veel calorierijk (chips, snacks, chocolade) te eten en niet te bewegen. Zulke omgeving wordt een obesogene omgeving genoemd. Mensen met overgewicht blijken veel gevoeliger te zijn voor hun obesogene omgeving, dan dunne mensen. Mensen die zich door hun omgeving sneller laten verleiden tot het eten van calorierijk voedsel en inactiviteit worden sneller dik, dan mensen die hun obesogene omgeving kunnen weerstaan. Dunne mensen blijken de bewuste keuze te maken om de obesogene omgeving te weerstaan en de keuze maken om veel groente, fruit, volkoren producten, magere zuivel en vlees en vis te eten en veel te bewegen.

Dunne mensen kunnen niet stilzitten en willen bewegen en sporten

Dunne mensen blijken vaak de genetische aanleg te hebben om veel te willen bewegen. De drang om veel te willen bewegen blijkt voor een groot deel erfelijk te zijn en dus in de genen vast te liggen. Naast de mutatie in het FTO-gen dat vaak leidt tot te veel eten, blijkt de drang om veel, of juist weinig te bewegen ook erfelijk te zijn. Mensen die dus veel willen bewegen en de drang hebben om veel te bewegen (sporten), hebben dat voor een groot deel te danken aan hun genen. Echter de drang om veel te willen bewegen is niet genoeg. Er moet ook gehoor worden gegeven aan de drang om veel te willen bewegen. Mensen met de drang om veel te bewegen, bewegen echter vaak veel meer, verbranden meer calorieën en worden niet snel te dik.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen

Naast dat dunne mensen vaak de drang hebben om veel te bewegen, blijken dunne mensen ook meer onwillekeurige bewegingen (fidgetting in het Engels) te maken. Onwillekeurige bewegingen zijn bijvoorbeeld het niet stil kunnen zitten met een been, of steeds tikken met een vinger.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen. Ook maken dunne mensen meer onwillekeurige bewegingen wanneer ze te veel calorieën hebben gegeten en voeren ze zelfs energiegebruik door onwillekeurige bewegingen nog meer op. Mensen die niet meer onwillekeurige bewegingen maken, zodra ze te veel calorieën hebben gegeten, hebben een grotere kans om dik te worden, omdat ze het overschot aan gegeten calorieën niet verbranden.

Dunne mensen hebben een inefficiëntere verbranding

Het totale energiegebruik is te verdelen in ruststofwisseling, specifiek dynamische werking en energiegebruik door fysieke activiteit.

Ruststofwisseling

Ruststofwisseling wordt bepaald door alle calorieën die worden verbrand om het lichaam in rust te laten functioneren.

Specifieke dynamische werking

Specifieke dynamische werking is de hoeveelheid calorieën die wordt verbrand bij het verteren, opnemen en vervoeren van voedingsstoffen in het lichaam. Wanneer mensen te veel calorieën eten, dan zij nodig hebben, heeft het lichaam twee keuzes; of zoveel mogelijk calorieën proberen te verbranden, of het overschot aan calorieën omzetten in vet.

Mensen met weinig aanleg om dik te worden, verbranden tot wel 30% van het overschot aan gegeten calorieën, terwijl mensen met veel aanleg om dik te worden, maar 5% verbranden van het overschot aan gegeten calorieën. Dunne mensen slaan dus maar 70% van te veel gegeten calorieën op als vet, terwijl dikke mensen 95% van te veel gegeten calorieën opslaan als vet.

Het is echter ook zo dat een overschot aan calorieën in de vorm van eiwitten makkelijker wordt verbrand en minder snel wordt opgeslagen als vetvoorraad. Een overschot aan calorieën in de vorm van vet wordt bijna direct in de vetvoorraad opgeslagen. Dunne mensen blijken vaker eiwitrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller worden verbrand. Dikke mensen blijken vaker vetrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller als vet wordt opgeslagen.

Dunne mensen zetten te veel gegeten calorieën om in spieren

Wanneer dunne mensen te veel calorieën eten, blijken zij de eiwitten in de voeding makkelijker om te zetten in extra spieren (spiermassa), waar dikke mensen het overschot aan calorieën omzetten in vet. Wanneer de eiwitten worden omgezet in spiermassa bij dunne mensen heeft dat dubbel voordeel. Aan de ene kant kost het omzetten van eiwitten in spieren meer energie. Hierdoor wordt de stofwisseling verhoogd. Aan de andere kant verhoogt de extra hoeveelheid spiermassa de ruststofwisseling, waardoor de verbranding van calorieën toeneemt.

Dunne mensen worden dun door stress, dikke mensen worden dik door stress

Wanneer de mens stress heeft, ziet men vaak twee tegengestelde reacties op de voedingsinname.

Meer eten door stress

Sommige mensen met veel stress gaan juist meer eten en vaak ook de ongezonde calorierijke voedingsmiddelen meer eten.

Minder eten door stress

Andere mensen met veel stress eten juist veel minder. Wanneer mensen met stress tot de tweede groep behoren, zullen zij juist afvallen, in tegenstelling tot mensen van de eerste groep die juist dik zal worden door stress.

Verkoudheid en dik worden

Er is een speciaal soort verkoudheidsvirus, het adenovirus 36 dat vaker wordt gevonden bij dikke mensen, dan bij dunne mensen. Er wordt gedacht dat dit virus de vetcellen stimuleert om meer vet op te slaan en sneller te delen, waardoor nog meer vet kan worden opgeslagen.

Verkoudheid oorzaak, of gevolg van dik worden

Het is echter onduidelijk of er een oorzakelijk verband is tussen het adenovirus 36 en dik worden. Het is niet duidelijk of het virus echt tot overgewicht leidt. Dikke mensen zijn namelijk ook vaker ziek en raken daardoor misschien besmet door het specifieke virus en is het virus niet de oorzaak van hun dik zijn.

Wat kunnen dikke mensen leren van dunne mensen om af te vallen?

Niet alleen aanleg en gedrag leiden tot overgewicht

Naast de erfelijke en gedragsfactoren kunnen ook bepaalde aandoeningen aan de schildklier en medicijnen tot overgewicht leiden. Zo leidt een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) tot een trage stofwisseling en dus een laag energiegebruik. Mensen met een laag energiegebruik worden sneller dik bij een bepaalde calorie-inname, dan mensen met een normaal energiegebruik. Ook bepaalde medicijnen, zoals bepaalde soorten antidepressiva (Lithium) en Beta-blokkers kunnen, of de calorie-inname vergroten, of het energiegebruik verlagen. De kans om te zwaar te worden, neemt dan toe.

Erfelijkheid is van invloed op gedrag bij het ontwikkelen van overgewicht

Zoals hierboven is beschreven zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat dunne mensen dun zijn erfelijk. Zo is het verzadigingsgevoel, hongergevoel en de drang om te bewegen erfelijk. Deze factoren beïnvloeden echter sterk het gedrag van iemand. Iemand kiest er dus uiteindelijk zelf voor om meer te gaan eten en de slechte calorierijke dingen te eten. Mensen kunnen zich bewuster worden van hoeveel zij eten en bewegen en dit bewust proberen te beïnvloeden.

Ook kunnen mensen ervoor kiezen om meer aan krachtsport te doen om zo meer spiermassa op te bouwen en zo de stofwisseling te verhogen. Verder kan op een andere manier met stress worden omgegaan in plaats van de stress weg te eten. Bijvoorbeeld meer bewegen is een goede manier om met stress om te gaan. Door meer te bewegen in plaats van de stress weg te eten, snijdt het mes aan twee kanten.

Tenslotte kan iemand wel meer vatbaar of gevoelig zijn om dik te worden. Mensen maken uiteindelijk wel zelf te keus in wat zij eten en hoeveel zij bewegen. Door de juiste verstandige bewuste keuze dag in, dag uit te maken en geen snelle resultaten te verwachten van een gezond verantwoord voedingspatroon en nieuw trainingsschema zal afvallen en een gezond gewicht bijna onvermijdelijk zijn.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Calorische restrictie (minder eten) verlengt je leven

Geen tv-kijken verlengt je leven

10 kilo afvallen door geen suiker te eten

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

www.youtube.nl https://www.youtube.com/watch?v=dAQr77QMJiw opgevraagd op 28-11-2015
Reuter CP, Rosane De Moura Valim A, Gaya AR, Borges TS, Klinger EI, Possuelo LG, Franke SI, Kmetzsch L, Vainstein MH, Prá D, Burgos MS (2015), FTO polymorphism, cardiorespiratory fitness, and obesity in Brazilian youth. American Journal of Human Biology
Marra M, Pasanisi F, Montagnese C, De Filippo E, De Caprio C, de Magistris L, Contaldo F. (2007) BMR variability in women of different weight. Clinical Nutrition
Bray GA, Redman LM, de Jonge L, Covington J, Rood J, Brock C, Mancuso S1, Martin CK, Smith SR. (2015) Effect of protein overfeeding on energy expenditure measured in a metabolic chamber. American Journal of Clinical Nutrition
www.scientias.nl http://www.scientias.nl/verband-tussen-overgewicht-en-virus-gevonden/ opgevraagd op 28-11-2015

10 kilo afvallen door geen suiker te eten

Suiker bevat 4 calorieën per gram (17 kilojoules). De wetenschappelijke naam van het koolhydraat suiker is sacharose, of sucrose. Suiker is echter onder zeer veel namen bekend en het wordt aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, omdat het goedkoop en zeer lekker is. Suiker lijkt echter verslavende eigenschappen te hebben, waardoor de mens er makkelijk te veel van eet. Een grote hoeveelheid suiker eten, gooit de normale stofwisseling van de mens in de war. Hierdoor neemt de kans om te dik te worden aanzienlijk toe. Ook zorgt suiker eten ervoor dat mensen moeilijk afvallen en de kans op suikerziekte (diabetes mellitus), Alzheimer en hart- en vaatziekten aanzienlijk toeneemt. Door suiker uit de voeding te schrappen, door geraffineerde producten niet meer te eten en zelf geen suiker toe te voegen, wordt afvallen makkelijker.

Vertering en stofwisseling van suiker

Vertering van suiker

Suiker bekend onder de wetenschappelijke naam (of sucrose) is een disacharide. Disachariden zijn eenvoudige suikers die door het spijsverteringsstelsel makkelijk worden afgebroken door de enzymen disacharidasen.

Sacharose bestaat uit de monosachariden glucose en fructose. Het spijsverteringsstelsel breekt het sacharose af met het enzym sacharase tot de opneembare monosachariden glucose en fructose.

Stofwisseling van suiker

De dunne darmcellen nemen het glucose en fructose op en geven het af aan het bloed van de poortader. Via de poortader komen het glucose en fructose aan bij de lever. De lever kan met behulp van hormoon insuline glucose omzetten in glycogeen en vervolgens opslaan. Het glucose kan ook worden afgegeven aan het bloed door de lever, vanwaar het naar alle cellen, maar met name de spiercellen, hersencellen en vetcellen stroomt. De spiercellen kunnen het glucose verbranden, of omzetten in glycogeen. Voor deze processen is wel insuline nodig.

De vetcellen verbranden het glucose, of zetten het om in vet en slaan het op. De hersencellen verbranden glucose.

Fructose moet door de lever worden omgezet in glucose, voordat de andere lichaamscellen er iets mee kunnen. Wanneer er echter een overmaat aan glucose in het bloed is, zal de lever het fructose niet omzetten in glucose, maar juist omzetten in vet. Fructose kan namelijk zeer eenvoudig worden omgezet in vet.

Fructose wordt makkelijk omgezet in vet

Zoals al is beschreven kan fructose makkelijk worden omgezet in vet. Ook geeft fructose geen verzadigingssignaal af aan het lichaam. Waar stijgende bloedglucosespiegels een signaal afgeven aan de hersenen dat het lichaam verzadigd is en geen voedsel meer nodig heeft, zorgt fructose hier niet voor. Hierdoor blijft het lichaam in de waan dat het honger heeft en wordt er teveel gegeten.

Suiker laat insulinespiegel snel stijgen, insuline maakt dik

Het glucose van suiker laat de bloedglucosespiegel snel stijgen. Als reactie hierop maakt de alvleesklier (pancreas) insuline aan. Insuline stimuleert de snelle glucose-opname van cellen uit het bloed, stimuleert de omzetting van glucose in glycogeen en stimuleert de omzetting van glucose en fructose in vet.

Een snelle opname van glucose vanuit het bloed zorgt voor een snelle bloedglucosedaling wat weer een stimulus is om weer te gaan eten. Een lage bloedglucosespiegel geeft namelijk een hongersignaal af in de hersenen, waardoor de drang om te eten weer toeneemt.

Daarnaast is insuline een anabool hormoon dat er ook voor zorgt dat vetopbouw wordt gestimuleerd en vetafbraak wordt geremd. Al deze effecten samen zorgen ervoor dat suiker dik maakt.

Daarnaast zorgen de snelle bloedglucosewisselingen ervoor dat mensen zich snel moe voelen en geen energie hebben. De bloedglucose stijgt namelijk snel, maar door de grote hoeveelheid insuline daalt de bloedglucose snel. De hersenen hebben te weinig tijd gehad om glucose op te nemen en reageren hierop met vermoeidheid.

Suiker smaakt heel erg goed en is goedkoop

Naast dat suiker de stofwisselingsroutes stimuleert om dik te worden, is suiker een zeer lekkere (smakelijke) voedingsstof. Omdat suiker zo smakelijk is, wordt er makkelijk teveel van gegeten. Producten die veel suiker en vet bevatten, zoals bijvoorbeeld chocolade, chocoladepinda’s, donuts en roomijs zijn helemaal producten die zeer smakelijk zijn.

Suiker is hypersmakelijk

Zeer smakelijke producten worden hypersmakelijke producten genoemd. Hypersmakelijke producten stimuleren oude hersengebieden die gericht zijn op beloning en overleving. Hypersmakelijke producten stimuleren de hersenen om van het product te blijven eten. Dit leverde vroeger een evolutionair voordeel op, omdat de mens dan in korte tijd veel energie kon tanken. Hierdoor kon de mens een vetvoorraad opbouwen die in tijden van schaarste de overlevingskansen vergrootte.

Suiker is verslavend en is een gif

Producten met suiker zou men bijna verslavend kunnen noemen, omdat de inname van een kleine hoeveelheid suiker zorgt voor het vrijkomen van de neurotransmitter dopamine in de hersenen. Dopamine is een neurotransmitter die het gevoel van beloning geeft. Dopamine komt ook in grote hoeveelheden vrij, bij het gebruik van alcohol, cocaïne, heroïne en andere drugs. Er moet echter steeds meer suiker worden gegeten om dezelfde hoeveelheid dopamine vrij te maken in het brein. Suiker zorgt zelfs voor een grotere aanmaak van dopamine dan cocaïne en lijkt verslavender te zijn dan cocaïne.

Suiker is lekker en goedkoop

Omdat suiker lekker en goedkoop is, wordt het aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, zoals bijvoorbeeld jam (conserveermiddel), vlees(waren), zoutjes, chips, snoep, gebak, taart en zelfs brood. Een kleine hoeveelheid suiker in producten wordt door de hersenen al waargenomen en zorgt ervoor dat de mens al snel te veel eet van het voedingsmiddel.

Schrap (toegevoegd) suiker uit de voeding en val een halve tot twee kilo per week af

Door suiker uit het voedingspatroon te schrappen, worden de kansen om af te vallen en op gewicht te blijven veel beter.

In een gemiddelde Nederlandse wordt ruim 25% van de energie geleverd door het eten van suiker. Er zijn in het verleden adviezen gegeven aan de overheden om de hoeveelheid suiker niet meer dan 10% van de totale energie-inname te laten bedragen. De levensmiddelenlobby was echter zo sterk dat dit advies niet werd overgenomen. Nu ligt dus de verantwoordelijkheid bij de mens zelf om suiker uit het dieet te schrappen.

Wanneer suikerrijke producten worden vervangen door onbewerkte groente, fruit, volkoren producten, magere zuivelproducten (zonder toegevoegd suiker), wordt de calorie-inname makkelijk met 20 tot 25% verminderd.

Aangezien een gemiddelde Nederlandse voeding 2000-2500 calorieën bevat, zorgt dat voor een caloriereductie van ruim 500 calorieën. Dagelijks 500 calorieën minder eten zorgt voor een gemiddeld gewichtsverlies van een halve kilo per week.

Mensen die veel suiker eten, kunnen zelfs twee kilo per week afvallen.

Door geraffineerde producten zoals snoep, chocolade, gebak, witbrood, taart etc…uit de voeding te schrappen en te vervangen door verse groente, vers fruit, verse vlees(waren), verse vis en noten vergroot men de kans om af te vallen. Om suiker uit de voeding te schrappen, moet men goed etiketten lezen.

Lees etiketten en let op suiker

Om suiker uit de voeding te schrappen moet men goed etiketten lezen, omdat aan veel producten suiker is toegevoegd. De fabrikant voegt echter suiker onder veel verschillende namen toe aan producten. Hieronder wordt een korte lijst gegeven van andere namen voor suiker:

  • Rietsuiker
  • Bietensuiker
  • Vruchtensuiker
  • Sacharose
  • Sucrose
  • Kandijsuiker
  • Basterdsuiker
  • High Fructose Corn Syrup (HFCS)
  • Kaneelsuiker
  • Invertsuiker
  • Natuurlijke suiker
  • Glucose-fructosestroop
  • Kristalsuiker

Deze lijst is echter niet uitputtend. Er zijn nog veel meer namen waaronder suiker aan producten wordt toegevoegd. Kijk dus goed naar de ingrediëntendeclaratie op het etiket.

Frisdrank en vruchtensap bevatten evenveel suiker en zijn dus even slecht

Vaak wordt gedacht dat (versgeperst) vruchtensap gezond is. Dat is echter niet zo. Vruchtensap bevat evenveel suiker (ongeveer 9 klontjes suiker) als dezelfde hoeveelheid frisdrank per glas en evenveel calorieën per glas (90 calorieën per 200 milliliter).

Daarnaast vullen vruchtensap en frisdrank helemaal niet, waardoor er ongemerkt veel van wordt gedronken. Ook zijn alle vezels uit het vruchtensap gehaald. Vezels geven langdurig een vol gevoel en zorgen ervoor dat bloedglucosespiegel ongeveer gelijk blijft, waardoor er minder insuline vrijkomt.

Door alle vruchtensap en frisdrank uit de voeding te schrappen, kan men makkelijk 12 kilo afvallen per jaar.

Mag ik ook geen fruit?

Fruit bevat chemisch gezien dezelfde suikers als vruchtensap en frisdrank. Echter vers fruit bevat ook veel vezels en bevat weinig calorieën in een groot volume. Hierdoor eet men niet makkelijk teveel fruit.

Het is namelijk moeilijk om veel calorieën te eten door veel fruit te eten. Een appel van gemiddelde grootte bevat bijvoorbeeld ongeveer 80 calorieën, tegen 550 calorieën per reep (100 gram) chocolade. Om dezelfde hoeveelheid energie binnen te krijgen aan appels in plaats van een reep chocolade zou men zeven appels moeten eten. Waar het eten van een reep chocolade eenvoudig zal gaan, zullen de meeste mensen na de tweede, of misschien derde appel vol genoeg zitten.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Calorische restrictie (minder eten) verlengt je leven

Geen tv-kijken verlengt je leven

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

www.youtube.nl https://www.youtube.com/watch?v=-8eQ_8Jogcw opgevraagd op 21-11-2015 

Het (voorlopige) koopcontract, koopovereenkomst voor een huis

Naast samenwonen, trouwen en kinderen krijgen, is het kopen van een huis een van de belangrijkste en meest ingrijpende positieve gebeurtenissen in het leven van iemand. Bij het kopen en verkopen van een huis wordt een koopovereenkomst, oftewel voorlopig koopcontract gebruikt. De term voorlopig koopcontract is misleidend, omdat het koopcontract helemaal niet zo voorlopig en vrijblijvend is als de naam doet lijken. Er zijn wel een aantal ontbindende voorwaarden die de koper (en verkoper) beschermen bij het kopen en verkopen van de woning. Een makelaar kan hulp bieden bij het opstellen van een voorlopig koopcontract. Financieringsbehoud, bankgarantie, een woonvergunning, de bouwkundige keuring en de bedenktijd zijn ontbindende voorwaarden.

Het nut van de aankoopmakelaar en verkoopmakelaar
Aankoopmakelaar
Bij het zoeken naar een geschikte koopwoning, het onderhandelen over de aankoopprijs van een nieuwe woning en het opstellen van een koopcontract kan een aankoopmakelaar van grote waarde zijn. Een aankoopmakelaar kan de koper veel tijd, geld en zorgen besparen. Zo weet de aankoopmakelaar waar op te letten bij het bezichtigen van een woning. Ook kan een aankoopmakelaar meehelpen bij het opstellen van een passend koopcontract, of het koopcontract voor de koper opstellen. Een voorbeeld modelkoopcontract kan zo van internet geplukt worden, maar dat wil niet zeggen dat het koopcontract voor elke koper en verkoper passend is. Het passend maken van een koopcontract door een aankoopmakelaar beschermt de koper tegen mogelijk zware (financiële). De gemiddelde kosten van een aankoopmakelaar ligt tussen 2000 en 2500 euro.

Verkoopmakelaar
Waar de aankoopmakelaar in het belang van de koper handelt, handelt de verkoopmakelaar in het belang van de verkoper van een huis. De verkoopmakelaar maakt een geschikte brochure van het huis, meldt het huis aan op funda, of Jaap, organiseert bezichtigingen, geeft soms stylingsadvies teneinde het huis voor een marktconforme prijs te verkopen. In het verkoopproces stelt de verkoopmakelaar vaak het koopcontract op waarin de verkoopmakelaar rekening houdt met de wensen en belangen van de verkoper. De kosten van een verkoopmakelaar variëren. Zo worden soms opstartkosten gerekend en kan de makelaar, of vaste kosten per maand rekenen, of een percentage van de verkoopprijs (courtage) van de woning. Soms kunnen makelaarskosten aftrekbaar zijn.

Voorlopige koopcontract, koopovereenkomst is helemaal niet voorlopig
Zowel de aankoop- als verkoopmakelaar kunnen in overleg met de verkoper en koper het koopcontract opstellen. Er wordt aangeraden om ook professionele hulp in te schakelen bij het opstellen van een koopcontract en niet het eerste koopcontract te gebruiken wat wordt gevonden op internet. Want hoewel de naam doet vermoeden dat een koopcontract voorlopig is, is het voorlopige koopcontract helemaal niet zo voorlopig. Na de wettelijke bedenktijd van drie dagen is het koopcontract bindend en kan de koper, of verkoper alleen maar van de koop afkomen wanneer een forse boete (vaak 10%) van de verkoopsom wordt betaald aan de tegenpartij.

De naam voorlopig koopcontract heeft betrekking op de daadwerkelijke overdracht van de woning bij de notaris en het moment dat de hypotheek voor de woning start. Er wordt dus aangeraden om goed naar de ontbindende voorwaarden te kijken. Vaak zijn deze ontbindende voorwaarden in moeilijke juridische taal geschreven. Een makelaar kan deze taal ontcijferen en de (ver)koper van raad voorzien welke ontbindende voorwaarden op te nemen in het koopcontract.

Ontbindende voorwaarden in een koopcontract
In een voorlopig koopcontract worden ontbindende voorwaarden opgenomen. In de gevallen die in de ontbindende voorwaarden omschreven staan, kan de koper, of verkoper de koop ontbinden zonder dat de koper, of verkoper een boete (vaak 10% van de koopprijs van de woning) aan de tegenpartij moet betalen. Er zijn verschillende ontbindende voorwaarden. De bekendste ontbindende voorwaarden zijn:

  • Bedenktijd
  • Financieringsbehoud
  • Bankgarantie
  • Bouwkundige keuring
  • Onherroepelijk verkopen woning van de koper
  • Verstrekking woonvergunning

De verschillende ontbindende voorwaarden van het voorlopige koopcontract worden hieronder beschreven.

Wettelijke voor het kopen van een huis is drie dagen
De wettelijke bedenktijd van het voorlopige koopcontract is drie werkdagen. Binnen de wettelijke bedenktijd kan de koper boetevrij van de koop afzien. De koper hoeft geen reden te geven om van de koop af te zien. Wel wordt er aangeraden om de verkoper schriftelijk te verwittigen. Deze bedenktijd kan ruimer genomen worden in overleg met de verkoper.

Financieringsbehoud
Duur om een hypotheek te krijgen
Wanneer de koper geen grote zak met geld heeft, zal de koper een hypotheek moeten aanvragen bij de bank. Voordat een hypotheekaanvraag volledig rond is, zijn er vaak zes weken voorbij. Om deze reden is het handig om een ruimere tijd, vaak twee maanden te nemen voor het rond krijgen van de hypotheek. Lukt het niet om de hypotheek rond te krijgen, dan beschermt de ontbindende voorwaarde financieringsbehoud de koper. Wanneer de koper het eigen huis nog moet verkopen, wordt een langere duur aangehouden voor het aanvragen van een hypotheek. Ook wanneer de koper zijn huis met een restschuld (huis staat dan onder water) moet verkopen, is het handig om een langere termijn voor het financieringsbehoud te nemen.

Een afwijzing voor een hypotheek is standaard
Het is gebruikelijk om in het financieringsbehoud de afwijzing van 1 hypotheekaanvraag op te nemen. Lukt het niet om bij 1 hypotheekverstrekker een hypotheek te krijgen, dan is dat een ontbindende voorwaarde en kan de koper boetevrij van de koop afzien. Soms wordt er gevraagd om bij twee hypotheekverstrekkers een hypotheekaanvraag te doen. Het is de vraag of dat verstandig is. Het kost namelijk de koper extra geld om bij twee banken een hypotheekaanvraag te doen en de kans dat de tweede bank wel een hypotheek afgeeft is klein. Banken hanteren namelijk dezelfde strenge adviezen van het NIBUD om een hypotheek te verstrekken.

Bankgarantie opnemen in het koopcontract is verstandig
Het opnemen van een bankgarantie beschermt de verkoper. Een bankgarantie betekent dat de koper 10% van de te overeengekomen koopprijs moet storten op de rekening van de notaris. Mocht de koop niet door kunnen gaan, terwijl geen enkele ontbindende voorwaarde van kracht is, dan krijgt de verkoper de bankgarantie.

Bouwkundige keuring
De uitkomsten van de bouwkundige keuring opnemen als ontbindende voorwaarde beschermen de koper. De koper weet dan namelijk in welke staat hij het huis koopt en of er grote kosten aan zitten te komen door:

  • achterstallig onderhoud
  • constructieve gebreken

In de ontbindende voorwaarde kan worden bepaald dat er sprake kan zijn van ontbinding bij een maximaal bedrag voor herstelkosten. Ook kan bepaald worden dat de verkoper opdraait voor de herstelkosten.

Eerst eigen woning verkopen
Als koper van een nieuw huis moet vaak de eigen woning worden verkocht. In de huidige huizenmarkt verkopen kopers vaak hun eigen huis (onder voorbehoud), voordat zij een andere woning kopen. Er wordt aangeraden om het onherroepelijk verkopen van de eigen woning op te nemen als ontbindende voorwaarde in het koopcontract. Deze ontbindende voorwaarde beschermt de koper. Als termijn wordt aangeraden de termijn te nemen waarop de ontbindende voorwaarden van het koopcontract van de door de koper te verkopen woning aflopen.

Is er een woonvergunning nodig?
Soms moet een koper toestemming van de gemeente krijgen om in de desbetreffende gemeente te mogen wonen. Bij duurdere huizen geldt deze regel vaak niet. Ook als de koper verhuist binnen de gemeente geldt deze maatregel niet. Als er een woonvergunning van de gemeente nodig is, dan wordt aangeraden om dit als ontbindende voorwaarde in het koopcontract op te nemen.

Lees ook:

Sparen, of extra aflossen op de hypotheek

Sparen, of extra aflossen op de hypotheek heeft vooral op het einde van het jaar extra aandacht. Mensen willen dan namelijk hun belastbaar vermogen zoveel mogelijk beperken. Het extra aflossen op de hypotheek kan daarom nuttig zijn om enerzijds de vermogensrendementsheffing te ontlopen en anderzijds om de hypotheeklasten blijvend te verlagen. De vermogensrendementsheffing is in 2015 en 2016 1,2%, maar zal vanaf 2017 variëren met het opgebouwde vermogen. Verder maakt de wet Hillen aflossen op de hypotheek aantrekkelijker dan sparen. Het wordt aangeraden om een financiële buffer aan te houden van 25.000 euro alvorens af te lossen op de hypotheek.

Einde van het jaar extra aflossen

Op het einde van het jaar heeft extra aflossen op de hypotheek extra aandacht van huizenbezitters (of eigenlijk beter hypotheekbezitters). Aflossen beperkt namelijk de spaartegoeden en daardoor de vermogensrendementsheffing, terwijl de hypotheeklasten afnemen. De belastingdienst kijkt bij de spaartegoeden en rekeningtegoeden naar het tegoed dat iemand op het einde van het jaar (1-1) op zijn rekeningen (lopende rekening, spaarrekening en beleggingsrekening) heeft staan. De belastingdienst rekent de spaarloontegoeden en bankspaartegoeden daarbij overigens niet mee als belastbare spaartegoeden.

Over de belastbare rekeningtegoeden wordt vermogensrendementsheffing betaald. Is het nu verstandig om af te lossen op de hypotheek met spaartegoeden en daardoor minder te sparen?

Over spaartegoed moet vermogensrendementsheffing worden betaald

Over de tegoeden groter dan ongeveer 21.000 euro (vanaf 2017, 25.000 euro) moet de begunstigde vermogensrendementsheffing betalen.

In 2015 en 2016 is deze vermogensrendementsheffing 1,2 % van het rekeningtegoed groter dan ongeveer 21.000 euro. De belastingdienst gaat bij de vermogensrendementsheffing uit van een fictieve spaarrente van 4% over het spaarbedrag en rekent een vlak belastingtarief van 30% over dit fictieve rendement; samen 4% x 30%= 1,2% vermogensrendementsheffing.

Spaartegoed groter dan de vrijstelling, dan zeker aflossen

Wanneer het spaartegoed groter is dan de vrijstelling kan het aantrekkelijk zijn het spaarrekeningtegoed boven de vrijstelling extra op de hypotheek af te lossen. De netto hypotheekrente is namelijk vaak groter dan de rente op een spaarrekening. Het kan zelfs financieel aantrekkelijker zijn om sowieso af te lossen op de hypotheek. Ook wanneer het spaartegoed niet de vrijstelling overschrijdt. Later volgt een rekenvoorbeeld waarbij er een situatie wordt berekend van extra aflossen op de hypotheek met en zonder vermogensrendementsheffing.

Hoeveel spaargeld als buffer aanhouden?

Voordat iemand extra gaat aflossen op de hypotheek is het raadzaam om eerst een grote financiële buffer aan te leggen er wordt aangeraden om voor alleenstaanden een financiële buffer aan te leggen van 25.000 euro.

Vermogensrendementsheffing 2015, 2016 en 2017 en sparen nu en later

In 2015 en 2016 geldt de vermogensrendementsheffing vanaf een spaarbedrag van ongeveer 21.000 euro per spaarder. Bij een gezin geldt dus een vrijstelling van ongeveer 42.000 euro.

Over het spaartegoed groter dan 21.000 per spaarder wordt een vermogensrendementsheffing van 1,2% gebruikt. Er zijn reële kabinetsplannen om in 2017 de vermogensrendementsheffing aan te passen, omdat de huidige fictieve rente die wordt gebruikt niet realistisch is en omdat alle spaarders even zwaar worden belast.

Mensen met een klein spaartegoed worden in 2015 en 2016 even zwaar belast als mensen met grote spaartegoeden. Vanaf 2017 geldt voor mensen met een klein spaartegoed een kleinere vermogensrendementsheffing dan voor mensen met grotere spaartegoeden. Vanaf 2017 worden de volgende rentetarieven en vermogensrendementsheffingen gebruikt per spaarder:

  • Vrijstelling tot 25.000 euro spaartegoed per spaarder
  • Vanaf 25.000 euro tot 100.000 euro spaartegoed een rentetarief van 2,9% en vermogensrendementsheffing van ongeveer 0,8% per spaarder
  • Vanaf 100.000 euro tot 1 miljoen spaartegoed een rentetarief van 4,7% en vermogensrendementsheffing van ongeveer 1,4% per spaarder
  • Vanaf 1 miljoen euro spaartegoed een rentetarief van 5,5% en vermogensrendementsheffing van ongeveer 1,65% per spaarder

Hypotheekrenteaftrek (HRA) en extra aflossen

Voor mensen die een hypotheek hebben, geldt dat zij over de betaalde hypotheekrente, hypotheekrenteaftrek krijgen. Dit betekent dat over de betaalde hypotheekrente zij een bepaald percentage van de betaalde hypotheekrente terugkrijgen van de belastingdienst. Het bedrag dat mensen terug krijgen van de belastingdienst is vaak ongeveer 42% van de betaalde hypotheekrente; maar zal in de toekomst stapsgewijs worden verlaagd naar 38%. Daardoor wordt extra aflossen op de hypotheek nog aantrekkelijker.

Rekenvoorbeeld hypotheek aflossen met vermogensrendementsheffing

Hieronder wordt een rekenvoorbeeld gegeven waarin wordt berekend wat het oplevert om af te lossen op de hypotheek. In het voorbeeld gelden de volgende gegevens:

  • Hypotheek is 200.000 euro
  • Hypotheekrente is 3,25%
  • Hypotheekrenteaftrek is 42%
  • Spaartegoed is 31.000 euro waarvan 10.000 euro wordt gebruikt om af te lossen
  • Rente op spaarrekening is 1%

Het rekenvoorbeeld wordt uitgelegd in onderstaande tabel 1 hypotheek aflossen met vermogensrendementsheffing. In de tweede kolom van de tabel staat de situatie zonder extra aflossen. In de derde kolom van de tabel staat de situatie met extra aflossen.

Tabel 1 hypotheek aflossen met vermogensrendementsheffing

Niet aflossen 10.000 aflossen
Hypotheekschuld 200.000 190.000
Hypotheekrente (3,25%) 6.500 6.175
Hypotheekrenteaftrek (42% van hypotheekrente) 2.730 2.593,50
Totale netto kosten hypotheek 3.770 3581,50
Spaarsaldo 31.000 21.000
Spaarrente (1%) 310 210
Belastbaar vermogen 10.000 0
Rendementsheffing (1,2%) 120 0
Totale netto opbrengst spaargeld 190 210
Netto kosten 3580 3371,50

In het bovenstaande voorbeeld is het voordeel van 10.000 euro extra aflossen op de hypotheek (3580 euro – 3371,50 euro) 208,50 euro. Dit voordeel geldt overigens niet alleen voor het jaar waarin extra wordt afgelost, maar voor ieder jaar daarop. Eenmalig aflossen levert dus jaarlijks een voordeel op van ruim 200 euro.

Geen rekening gehouden met inflatie

Daarnaast is in bovenstaand voorbeeld geen rekening gehouden met inflatie. Door de inflatie wordt het spaartegoed jaarlijks minder waard. Een inflatie van ongeveer 1% is de laatste jaren normaal. Dit leidt ertoe dat jaarlijks de spaarrente bij een spaarbedrag kleiner dan de vrijstelling groter moet zijn dan 1% om het spaartegoed meer waard te laten worden Boven de vrijstelling moet de spaarrente zelfs groter zijn dan 2,2% (vermogensrendementsheffing en inflatie) om netto het spaartegoed te laten toenemen.

Rekenvoorbeeld hypotheek aflossen zonder vermogensrendementsheffing

Hieronder wordt een rekenvoorbeeld gegeven waarin wordt berekend wat het oplevert om af te lossen op de hypotheek. In het voorbeeld gelden de volgende gegevens:

  • Hypotheek is 200.000 euro
  • Hypotheekrente is 3,25%
  • Hypotheekrenteaftrek is 42%
  • Spaartegoed is 21.000 euro waarvan 10.000 euro wordt gebruikt om af te lossen
  • Rente op spaarrekening is 1%

Het rekenvoorbeeld wordt uitgelegd in onderstaande tabel 2 hypotheek aflossen zonder vermogensrendementsheffing. In de tweede kolom van de tabel staat de situatie zonder extra aflossen. In de derde kolom van de tabel staat de situatie met extra aflossen.

Tabel 2 hypotheek aflossen zonder vermogensrendementsheffing

Niet aflossen 10.000 aflossen
Hypotheekschuld 200.000 190.000
Hypotheekrente (3,25%) 6.500 6.175
Hypotheekrenteaftrek (42% van hypotheekrente) 2.730 2.593,50
Totale netto kosten hypotheek 3.770 3581,50
Spaarsaldo 21.000 11.000
Spaarrente (1%) 210 110
Belastbaar vermogen 0 0
Rendementsheffing (1,2%) 0 0
Totale netto opbrengst spaargeld 210 110
Netto kosten 3560 3471,50

In het bovenstaande voorbeeld is het financiële voordeel van aflossen (3560 euro -3471,50 euro=)89,50 euro per jaar. Eerder werd echter geschreven dat het handig is om een financiële buffer van aan te houden van 25.000 euro. In dit voorbeeld wordt alleen duidelijk gemaakt dat het zelfs geld oplevert om af te lossen op de hypotheek wanneer er geen sprake is van vermogensrendementsheffing.

Wet Hillen en aflossen, of sparen

Om het aflossen van de hypotheek te stimuleren, is de wet Hillen van kracht. Volgens de wet Hillen is bepaald dat het verschil tussen het eigenwoningforfait en het resterende hypotheekrentebedrag in geval van een positief bedrag als aftrekpost mag worden gerekend. Wanneer het resterende hypotheekrentebedrag kleiner is dan het eigenwoningforfait, dan wordt het verschil tussen deze twee bedragen een aftrekpost. Hiermee wordt dus gestimuleerd dat mensen de hypotheek aflossen. Zie de site van de belastingdienst voor de meest actuele percentages van het eigenwoningforfait. Op de site van de belastingdienst wordt ook uitgelegd hoe het eigenwoningforfait te berekenen is .

Vermindering van de rente-opslag en extra aflossen
Bij hypotheken exclusief NHG-garantie is er sprake van een rente-opslag. Rente-opslag is rentepercentage bovenop normale hypotheekrente. Bij de rente-opslag wordt uitgegaan van schuld-marktwaardeverhouding tussen de benodigde hypotheek (schuld) en de woningwaarde (marktwaarde) van de woning waarover de hypotheek verschuldigd is.
De marktwaarde wordt door de hypotheekverstrekker op drie verschillende bepaald:

  1. de verkoopprijs (kk, of van) van de woning
  2. een taxatie
  3. woz-waarde

Stel de verkoopprijs van een huis is 300.000 en de hypotheek is 270.000, dan is de schuld-marktwaardeverhouding 270.000/300.000=0,9
Wanneer de schuld-marktwaardeverhouding onder een bepaalde ratio komt te liggen, dan is er recht op vermindering van de rente-opslag en dus een lagere hypotheekrente. Dit kan jaarlijks een besparing van enkele honderden euro’s schelen! Per bank liggen de afkapwaarden voor de schuld-marktwaardeverhouding anders. Informeer dit bij de bank waar de hypotheek loopt.
Door extra af te lossen, een stijging van de woningwaarde door een verbouwing en/of een hogere WOZ-waarde heb je recht op een vermindering van de rente-opslag. Dit wordt hieronder toegelicht.

Door (extra) aflossen vermindering rente-opslag
Door extra af te lossen, neemt automatisch de schuld-marktwaardeverhouding af. Door bijvoorbeeld in een aantal jaren 30.000 euro extra af te lossen op de eerder genoemde hypotheek van 270.000, neemt deze af naar 240.000. De schuld-marktwaardeverhouding wordt dan 0,8. Hierdoor is er wellicht recht op vermindering van de rente-opslag.

Door verbouwing vermindering rente-opslag
Door de woning te verbouwen, kan de woningwaarde toenemen. Wanneer vermoed wordt dat de woningwaarde is toegenomen, moet het huis getaxeerd worden. Vervolgens moet een verzoek bij de hypotheekverstrekker ingediend worden voor vermindering van de rente-opslag.

Hogere WOZ-waarde en vermindering rente-opslag
Door een hogere WOZ-waarde kan de schuld-marktwaardeverhouding gunstiger liggen. Ook hier is het belangrijk om het verzoek van vermindering van de rente-opslag samen in te dienen met een kopie van de nieuwe WOZ-waarde.

Rente-opslag en ‘geen-piepbeleid’
Het is om belangrijk om als consument zelf actief te handelen als er sprake is van recht op vermindering van de rente-opslag. De banken hanteren namelijk een ‘geen-piepbeleid’ ; als de consument geen verzoek voor vermindering van de rente-opslag indient, zal de bank de hypotheekrente niet aanpassen.

Voor aflossen minder discipline nodig, dan voor sparen

In bovenstaande tekst is duidelijk geworden dat aflossen financieel gunstiger is dan sparen wanneer de financiële buffer groot genoeg is. Daarnaast heeft aflossen op de hypotheek nog een groot psychologisch voordeel boven sparen. Aflossen op de hypotheek heft namelijk tot gevolg dat je het afgeloste bedrag niet meer kunt terughalen. Het geld zit in de stenen van je huis. Spaargeld, mits niet vastgezet in een spaardeposito kun je ten alle tijden weer terughalen en besteden en wees nou eerlijk; wie kan nu echt sparen?

Lees ook:

Moet een erfenis geaccepteerd worden?

Een erfenis, of nalatenschap is het geheel aan bezittingen en schulden dat in geld is uit te drukken dat een overledene achterlaat. Een erfenis wordt nagelaten aan erfgenamen. Vaak zijn eerstegraadsfamilieleden, of echtgenoten en echtgenotes de erfgenamen. Het is niet verplicht om een erfenis te accepteren. De erfenis heeft alleen betrekking op bezittingen en schulden van de overledene. Is de overledene in gemeenschap van goederen getrouwd, dan is de helft van de erfenis van de overledene. In een testament staat aangegeven hoe de erfenis verdeeld moet worden. Het staat de erfgenamen echter vrij om een erfenis niet te accepteren, of beneficiair te aanvaarden.

Wat zijn bezittingen en schulden in een erfenis?

Bezittingen in een erfenis

Bezittingen zijn alle zaken die in geld uit te drukken zijn, zoals het geldbedrag op een bankrekening, spaarrekening, beleggingsrekening, aandelen, obligaties en dividenden.

Ook een huis, auto, motor, boot, sieraden, horloges, kleding, meubels, grond, een eigen bedrijf, octrooi en patent zijn uit te drukken in geldwaarde. Hoeveel deze goederen waard zijn moet worden ingeschat door een gecertificeerd taxateur. Een taxateur kan objectief vaststellen wat de waarde van mogelijk waardevolle spullen zijn. Waar de erfgenamen nog een emotionele band kunnen hebben met bepaalde zaken in een erfenis, kan de taxateur objectief vast stellen wat de waarde is.

Schulden in een erfenis

Schulden moet ook in een geldbedrag uit te drukken. Een hypotheekschuld, persoonlijke lening en rood staan op een bankrekening zijn schulden.

Erfgenamen hebben recht op een deel van de erfenis

De erfenis wordt verdeeld onder de erfgenamen. Als er geen testament is opgemaakt, dan geeft de wet een dwingend aan hoe de erfenis verdeeld moet worden. Wanneer er geen testament is opgemaakt dan krijgen in principe de partner, kinderen, ouders, broers en zussen de erfenis. Mocht een erfgenaam overleden zijn, dan krijgen de eerstegraads familieleden van deze erfgenaam de erfenis.

Wil een persoon zijn nalatenschap op een andere wijze verdelen, dan moet deze persoon voor het overlijden een testament opmaken waarin staat hoe de erfenis verdeeld moet worden. Een testament wordt opgemaakt bij de notaris. In een testament staat niet alleen aangegeven hoe de erfenis verdeeld moet worden, maar ook hoe de voogdij geregeld moet worden en hoe de erfenis afgewikkeld moet worden en wie daar verantwoordelijk voor is.

Men is in Nederland niet verplicht om de erfenis te accepteren

In Nederland hoeft men niet de erfenis accepteren. Er zijn drie verschillende manieren waarop de erfgenamen om kunnen gaan met een erfenis.

Zuiver aanvaarden van een erfenis

Erfgenamen kunnen de erfenis zuiver aanvaarden. Dit betekent dat de erfgenamen de erfenis volledig aanvaarden; zowel de schulden als bezittingen worden volledig aanvaard. Als er twijfels zijn of de tegoeden (bezittingen) groter zijn dan de schulden, dan is deze wijze van omgaan met de erfenis niet handig. Wanneer de erfenis namelijk volledig wordt aanvaard, dan moeten schulden van eigen geld betaald worden als de tegoeden in de erfenis niet toereikend zijn.

Erfenis als faillissement afwikkelen

Het is dan handiger om de erfenis als een faillissement af te wikkelen. Ook wel beneficiair aanvaarden genoemd. De mogelijk schulden worden dan betaald uit de tegoeden. Mocht uiteindelijk de schuld groter zijn, dan de tegoeden, dan zijn de erfgenamen niet aansprakelijk voor deze schuld.

Ook kunnen erfgenamen volledig afzien van een erfenis.

Steeds vaker schulden in een erfenis

Door de huizencrisis en vervolgens kredietcrisis in 2008 zijn de schulden in een erfenis toegenomen. Het kan zelfs zo zijn dat de schulden groter zijn, dan de tegoeden in een erfenis.

Het is dus aan te raden goed na te gaan wat de waarde is van een erfenis alvorens deze te aanvaarden.

Lees ook:

Voordelen en nadelen versneld aflossen annuïteitenhypotheek

Waar in eerdere dagen de misleidende aflossingsvrije hypotheek (want uiteindelijk moet toch de hypotheek worden afgelost), de spaarhypotheek en beleggingshypotheek populair waren. Hebben de meeste mensen met name ook door de dwingende sturing van de overheid een lineaire, of annuïteitenhypotheek. Bij een lineaire en annuïteitenhypotheek wordt er gedurende de looptijd van de hypotheek al afgelost. Hoewel bij een lineaire en annuïteitenhypotheek gedurende de looptijd van 360 maanden (30 jaar) de hypotheek volledig wordt afgelost, is het financieel zeer verstandig om versneld af te lossen. Bij versneld aflossen van een annuïteitenhypotheek, dalen de hypothecaire maandlasten namelijk sterker, de kans dat het huis onder water staat neemt af en de overwaarde neemt toe. De nadelen van versneld aflossen als een lagere hypotheekrenteaftrek, minder spaargeld, een boete betalen voor extra aflossen en inflatie lijken nadelen, maar bij een doorberekening zijn dat helemaal geen nadelen.

De rentekosten van een annuïteitenhypotheek

Bij een annuïteitenhypotheek wordt het volledige hypotheekbedrag gedurende de looptijd afgelost. Bij een annuïteitenhypotheek wordt in het begin veel betaald aan rentekosten en weinig aan aflossing. Naarmate de looptijd van de annuïteitenhypotheek toeneemt, wordt er relatief steeds meer aflossing betaald en steeds minder rente. In het begin van de looptijd zal daarom de hypotheekrenteaftrek hoog zijn en deze neemt gedurende de looptijd steeds verder af.

Stel er wordt een annuïteitenhypotheek afgesloten voor 200.000 euro met een hypotheekrente van 3,5% en een looptijd van 360 maanden (30 jaar). Er wordt niet voor niets een periode van 30 jaar gekozen. Dat is namelijk de maximale tijd dat er recht is op hypotheekrenteaftrek. In het volgende rekenvoorbeeld wordt de hypotheekrenteaftrek op 42% gesteld.

Over de volledige looptijd van 30 jaar wordt in totaal over de gehele looptijd 123.311,97 euro bruto aan rente betaald. Netto zal het totale rentebedrag op ongeveer 71520,94 euro liggen. Het gemiddelde aflossingsbedrag per maand bij een looptijd van 30 jaar is 555 euro.

Wanneer de hypotheek in 25 jaar wordt afgelost wordt in totaal over de gehele looptijd 100.373,59 euro bruto aan rente betaald. Netto zal het rentebedrag op ongeveer 58216,68 euro liggen. Het gemiddelde aflossingsbedrag per maand bij een looptijd van 25 jaar is 666 euro. Dus met maandelijks 111 euro meer aflossen wordt in totaal 13304,06 euro bespaard!

Het maandelijkse hypotheekbedrag neemt direct af door extra aflossen

Door zuinig te leven, is er een bedrag gespaard van 10.000 euro en er wordt gekozen om dit bedrag af te lossen op de hypotheek. Op jaarbasis wordt direct 350 euro bruto minder aan rente betaald. Netto wordt direct 203 euro minder aan rente betaald. Deze daling van het jaarlijkse hypotheekrentebedrag is niet alleen voor het jaar waarin wordt afgelost, maar voor de gehele looptijd. Als in het begin van de looptijd 10.000 wordt afgelost levert dat over de gehele looptijd van de hypotheek netto (30 X 203=)6090 euro op!

De overwaarde van het huis neemt toe door extra af te lossen

Als mensen een ander huis willen kopen, zullen zij hun huidige huis moeten verkopen. Om in aanmerking te komen voor een nieuwe hypotheek is het handig wanneer het te verkopen huis onder water staat (de hypotheek op het te verkopen huis is groter, dan de waarde van het huis).

Door extra en versneld af te lossen, neemt de kans toe dat de overwaarde van het te verkopen huis toeneemt en het huis dus niet onder water staat.

Nu wordt gezegd dat deze overwaarde nadelig is, omdat deze overwaarde volledig gebruikt moet worden bij de aankoop van een ander huis en het bedrag dat bovenop de overwaarde nog nodig is om een huis te kopen, gefinancierd mag worden uit een hypotheek. Met andere woorden door de overwaarde kan minder hypotheek geleend worden voor een ander huis. Dit is echter geen nadeel, want met een kleine hypotheek op een nieuw huis zijn de maandlasten ook laag. Daardoor wordt maandelijks meer geld over voor verbouwingen en klussen en hoeft dat niet uit een hypotheek gefinancierd worden! Verbouwingen (nieuwe keuken en badkamer) en klussen uit een hypotheek financieren, is onverstandig omdat daarmee de uiteindelijke kosten sterk toenemen en uiteindelijk anderhalf keer zo veel geld ervoor wordt betaald.

Het is echter wel handig om altijd een financiële buffer aan te leggen en dus niet al het spaargeld te gebruiken om af te lossen.

Door versneld en extra aflossen is de hypotheekrenteaftrek lager

Over de hypotheek moet hypotheekrente worden betaald; 3,5% in het bovenstaande voorbeeld. Om het hebben van een eigen huis te stimuleren, krijgen eigen huisbezitters (of eigenlijk hypotheekbezitters) over een looptijd van 30 jaar geld terug van de belasting over deze hypotheekrente. De grootte van de hypotheekrenteaftrek is afhankelijk van het brutojaarsalaris, maar ligt vaak rond de 42%. Tweeënveertig procent van de betaalde rente krijgen mensen terug van de belastingdienst.

In bovenstaand rekenvoorbeeld van een hypotheek van 200.000 euro en 3,5% rente zijn de netto hypotheekrentekosten over de gehele looptijd van 30 jaar en 25 respectievelijk 71520,94 euro en 58216,68 euro; een verschil van ruim 13000 euro! Het lijkt dus gunstig om veel hypotheekrenteschuld te hebben, omdat men dan veel terugkrijgt van de fiscus. Netto zijn wijzen de cijfers echter een hele andere kant uit.

Door versneld extra aflossen heb je niet de beschikking over geld

Het klopt inderdaad dat wanneer er geen financiële buffer is het niet verstandig is om extra af te lossen. Het wordt aangeraden om pas extra af te lossen wanneer er zes tot twaalf maandsalarissen als financiële buffer zijn opgebouwd. Wanneer de financiële buffer echter voor een eenpersoonshuishouden groter is dan 25.000 euro (in 2016) en voor een tweepersoonshuishouden groter is dan 50.000 (in 2016), dan moet over het vermogen boven de respectievelijk vermogensrendementsheffing betaald worden. Het is dus financieel aantrekkelijk om boven het extra vermogen boven de 25.000, dan wel 50.000 extra af te lossen.

Bij versneld aflossen moet een boete betaald worden

Wanneer jaarlijks teveel wordt afgelost moet men boete betalen. Het jaarlijkse boetevrij af te lossen bedrag is echter vaak 10%, of zelfs 20% van de totale hypotheeksom; in bovenstaand voorbeeld 10.000, of 20.000 euro. De meeste mensen lukt het niet om dit bedrag jaarlijks af te lossen. Het is echter verstandig om bij de hypotheekverstrekker na te vragen hoeveel boetevrij mag worden afgelost. Vaak wordt het boetevrije bedrag verhoogd, omdat de banken graag ook zekerheid willen en geld ontvangen van de hypotheeklener.

Het kan zelfs zo zijn dat wanneer er een substantieel deel van de hypotheek is afgelost (vaak 30% van de totale hypotheek) de hypotheekrente wordt verlaagd!

Door inflatie wordt de hypotheek vanzelf kleiner

Inflatie is het minder waard worden van geld. Voor een euro kan over 30 jaar minder gekocht worden door inflatie. Het inkomen wordt gecorrigeerd voor deze inflatie en zal dus gedurende de 30 jaar stijgen; is het idee. Het idee is dus ook dat een hypotheek die nu wordt afgesloten procentueel gedurende looptijd een kleiner deel in beslag neemt van het totale inkomen. Echter is een hypotheek van 200.000 euro over 30 jaar ook nog steeds een groot bedrag.

Daarnaast is het niet zeker of er inflatie zal optreden en hoe groot deze inflatie is. De laatste jaren is de inflatie klein. Verder kan er ook het tegenoverstelde van inflatie optreden; deflatie.

Wanneer er wordt afgelost, is het meteen zeker en duidelijk wat dat met de huidige en toekomstige maandlasten doet; deze dalen.

Wet Hillen en aflossen

Om het aflossen van de hypotheek te stimuleren, is de wet Hillen van kracht. Volgens de wet Hillen is bepaald dat het verschil tussen het eigenwoningforfait en de resterende hypotheekrente bedrag. Wanneer het resterende hypotheekrentebedrag kleiner is dan het eigenwoningforfait, dan wordt het verschil tussen deze twee bedragen een aftrekpost. Hiermee wordt dus gestimuleerd dat mensen de hypotheek aflossen.

Vermindering van de rente-opslag en extra aflossen
Bij hypotheken exclusief NHG-garantie is er sprake van een rente-opslag. Rente-opslag is rentepercentage bovenop normale hypotheekrente. Bij de rente-opslag wordt uitgegaan van schuld-marktwaardeverhouding tussen de benodigde hypotheek (schuld) en de woningwaarde (marktwaarde) van de woning waarover de hypotheek verschuldigd is.
De marktwaarde wordt door de hypotheekverstrekker op drie verschillende bepaald:

  1. de verkoopprijs (kk, of van) van de woning
  2. een taxatie
  3. woz-waarde

Stel de verkoopprijs van een huis is 300.000 en de hypotheek is 270.000, dan is de schuld-marktwaardeverhouding 270.000/300.000=0,9
Wanneer de schuld-marktwaardeverhouding onder een bepaalde ratio komt te liggen, dan is er recht op vermindering van de rente-opslag en dus een lagere hypotheekrente. Dit kan jaarlijks een besparing van enkele honderden euro’s schelen! Per bank liggen de afkapwaarden voor de schuld-marktwaardeverhouding anders. Informeer dit bij de bank waar de hypotheek loopt.
Door extra af te lossen, een stijging van de woningwaarde door een verbouwing en/of een hogere WOZ-waarde heb je recht op een vermindering van de rente-opslag. Dit wordt hieronder toegelicht.

Door (extra) aflossen vermindering rente-opslag
Door extra af te lossen, neemt automatisch de schuld-marktwaardeverhouding af. Door bijvoorbeeld in een aantal jaren 30.000 euro extra af te lossen op de eerder genoemde hypotheek van 270.000, neemt deze af naar 240.000. De schuld-marktwaardeverhouding wordt dan 0,8. Hierdoor is er wellicht recht op vermindering van de rente-opslag.

Door verbouwing vermindering rente-opslag
Door de woning te verbouwen, kan de woningwaarde toenemen. Wanneer vermoed wordt dat de woningwaarde is toegenomen, moet het huis getaxeerd worden. Vervolgens moet een verzoek bij de hypotheekverstrekker ingediend worden voor vermindering van de rente-opslag.

Hogere WOZ-waarde en vermindering rente-opslag
Door een hogere WOZ-waarde kan de schuld-marktwaardeverhouding gunstiger liggen. Ook hier is het belangrijk om het verzoek van vermindering van de rente-opslag samen in te dienen met een kopie van de nieuwe WOZ-waarde.

Rente-opslag en ‘geen-piepbeleid’
Het is om belangrijk om als consument zelf actief te handelen als er sprake is van recht op vermindering van de rente-opslag. De banken hanteren namelijk een ‘geen-piepbeleid’ ; als de consument geen verzoek voor vermindering van de rente-opslag indient, zal de bank de hypotheekrente niet aanpassen.

Lees ook:

Hogere hypotheek voor tweeverdieners in 2016

Per 1 januari 2016 is het voor tweeverdieners mogelijk om meer geld te lenen voor de aankoop van een eigen huis. De kloof voor een maximaal hypotheekbedrag voor hypotheken gebaseerd op een, of twee inkomens wordt hierdoor kleiner. Over het algemeen blijven de hypotheeknormen in 2016 echter hetzelfde als in 2015. Tweeverdieners kunnen in 2016 een hogere hypotheek afsluiten dan het jaar ervoor. Het hypotheekbedrag gebaseerd op 1 inkomen lager dan 40.000 euro bruto per jaar, zou echter omlaag moeten volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) aan. Bij een luxe levensstijl is het onverstandig om het maximale hypotheekbedrag te willen lenen.

NIBUD berekent het maximale hypotheekbedrag per inkomensgroep

Het NIBUD calculeert jaarlijks het maximale hypotheekbedrag dat verschillende soorten huishoudens met hun brutojaarinkomen kunnen dragen zonder dat zij daarmee in financiële malheur komen. In 2016 zijn er geen grote veranderingen in het advies dat het NIBUD geeft omtrent het maximaal te lenen hypotheekbedrag. Dat komt omdat huishoudens bij benadering dezelfde financiële ruimte voor de hypotheeklast hebben als in 2015.

NIBUD gaat uit van een gemiddelde loonstijging van 1,4% in 2016

Met een gemiddelde loonstijging van 1,4% in 2016 kunnen gemiddeld genomen huishoudens hetzelfde maximale hypotheekbedrag, of net iets meer lenen, als in 2015. Eenverdieners met een inkomen onder de 40.000 euro bruto per jaar kunnen echter minder hypotheek krijgen. Dit komt omdat eenverdieners met een inkomen onder de 40.000 bruto per jaar in 2016 minder toeslagen krijgen dan in 2015. Met name mensen met een inkomen tussen de dertig- en vijftigduizend euro bruto per jaar krijgen fors minder zorgtoeslag, Hierdoor houden lagere inkomens minder geld over om de hypotheeklasten te kunnen betalen.

Tweeverdieners kunnen meer hypotheek krijgen in 2016

Het NIBUD adviseert om vanaf 2016 bij tweeverdieners het laagste inkomen voor de helft mee te nemen in het bepalen van het financieringslastpercentage (het deel van het inkomen dat gereserveerd wordt voor het betalen van de hypotheek). In 2015 telt het laagste inkomen maar voor eenderde mee in het bepalen van het financieringslastpercentage. Dit heeft tot gevolg dat in 2016 een groter deel van het brutoloon aan hypotheeklasten besteed mag worden.

Het NIBUD raadt deze verruiming van het financieringslastpercentage aan voor tweeverdieners, omdat tweeverdieners netto meer geld te besteden hebben dan eenverdieners. Bij eenverdieners gaat er relatief gezien een groter deel van het inkomen op aan het betalen van de hypotheek. Ook verwacht het NIBUD dat dit verschil alleen maar zal toenemen in de toekomst. Dit komt omdat de aanrechtsubsidie voor de niet-verdienende partner alleen maar zal worden versoberd. De aanrechtsubsidie is de algemene heffingskorting voor de partner die weinig tot geen inkomen heeft. De algemene heffingskorting zorgt ervoor dat er een minder groot deel van het inkomen belast wordt. Wanneer de algemene heffingskorting afneemt, telt een groter deel van het inkomen mee met het belastbaar inkomen. Hierdoor moeten eenverdieners meer belasting betalen en blijft er minder geld over voor het betalen van de hypotheek.

Denk goed na hoeveel over het maximale hypotheekbedrag

Het NIBUD geeft advies over het maximaal te lenen hypotheekbedrag. Banken nemen dit advies vaak regelrecht over in het vaststellen van de te verstrekken hypotheek. Er wordt vervolgens weinig vanaf geweken bij het verstrekken van hypotheken aan consumenten. Soms wil echter de bank meer hypotheek verstrekken als de hypotheekaanvrager goede argumenten heeft en kan aantonen dat hij, of zij een groter hypotheekbedrag kan dragen.

Verder is het ook niet verstandig om altijd het maximale hypotheekbedrag te willen lenen. Bij het dragen van het maximale hypotheekbedrag gaat het NIBUD uit van gemiddelde maanduitgaven. Als een huishouden echter een luxe levensstijl heeft, is het niet raadzaam om het maximale hypotheekbedrag te lenen, omdat hiermee huishoudens in de financiële problemen kunnen komen.

Lees ook:

7 tips om je kind beter te laten eten

Ieder kind heeft een periode waarin het minder goed, of zelfs slecht eet. Meestal ontstaat deze periode van slecht eten rondom de peuterleeftijd. De peuter ontdekt namelijk dat hij, of zij zelf ook een persoon is en een wil heeft en streeft naar toenemende autonomie. Het eten en niet willen eten is een middel waarmee de peuter invloed kan uitoefenen. Toch willen kinderen en ook peuters heel erg veel op hun ouders lijken. Ouders zijn dus een belangrijk voorbeeld voor kinderen. Als ouders gezond eten en op een gezonde manier met eten omgaan, zullen kinderen ook gezond gaan eten. Als ouders echter ongezond eten en met een ongezonde manier met eten omgaan, is de kans groot dat kinderen ook ongezond gaan eten. Kinderen hebben dan een grote kans om overgewicht te ontwikkelen en ruim 70% van de kinderen met overgewicht hebben als volwassene ook overgewicht. Mensen met overgewicht hebben meer kans om te sterven aan een hartaanval, suikerziekte, beroerte en kanker.

Geef zelf het goede voorbeeld

Eet je als ouder gezond en verantwoord dan is de kans groot dat je kinderen ook gezond eten. Wanneer je kinderen veel snoepen en veel snacken, dan komt dat waarschijnlijk omdat je als ouder ook veel tussendoor snoept en snackt. Kinderen leren ontzettend snel en als ouder ben je het belangrijkste voorbeeld waarvan je kinderen leren. Kinderen zullen je in alles spiegelen.

Wanneer je wil dat je kind gezond eet, geef dan het goede eetvoorbeeld. Een gezond eetvoorbeeld betekent dat je als ouder de volgende voedingsmiddelen moet eten:

  • minimaal twee stuks fruit per dag
  • minimaal vijf opscheplepels groente per dag
  • vijf tot zeven sneetjes volkorenbrood per dag
  • vijf tot zeven besmeringen halvarine per dag
  • een tot twee eetlepels olie, of vloeibare margarine om in te bakken, of te braden
  • een tot twee plakken 30+ kaas per dag
  • 100 tot 125 gram magere vlees en vleeswaren per dag
  • 200 tot 300 gram vette vis per week
  • twee tot drie glazen magere, of halfvolle melkproducten (zonder suiker) per dag, dus geen yogho, chocolademelk, vla etc…, maar wel magere yoghurt, halfvolle melk
  • anderhalve tot twee liter water per dag

Wanneer je als ouder op deze manier gaat eten, zul je merken dat je jezelf ook fitter zult voelen en mogelijk afvalt.

Gebruik eten alleen als voedsel

Met bovenstaande tip wordt bedoeld dat je voedsel alleen gebruikt om je eigen lichaam en het lichaam van je kind zo goed mogelijk probeert te voeden. Voeding mag niet gebruikt worden om je kind te belonen, te troosten, of om iets goed te maken. Je kind wordt dan later mogelijk een emotie-eter. Door voeding te gebruiken als troost-, beloon-, of goedmaakmiddel associeert je kind later ook voeding hiermee en zal daardoor wanneer het als volwassene verdrietig, gestrest, boos, of teleurgesteld is ook eten en sneller overgewicht gaan ontwikkelen.

Eet op vaste momenten

Kinderen hebben ontzettend veel behoefte aan strakke kaders en regels. Ook met voeding is het zo dat kinderen behoefte hebben aan vaste eettijden en eetpatronen. Eet dus op een vast moment ontbijt, lunch en avondeten. Gebruik ook vaste momenten voor de gezonde tussendoortjes. Betrek je kinderen bij deze vaste eetmomenten door ze mee te laten helpen met de tafel dekken en afruimen en mogelijk in de bereiding van de maaltijden.

Eet zonder stoorzenders en met aandacht

Het verzadigingsgevoel van kinderen en volwassenen komt pas na zo’n tien minuten op gang. Dit betekent dat wanneer je tien minuten aan het eten bent je pas merkt dat je genoeg op hebt. Door rustig en lang te kauwen en met aandacht te eten, heb je sneller door dat je genoeg gegeten hebt. Ook bij je kind werkt dat zo. Zet dus de televisie, smartphone, tablet uit tijdens het eten. Want deze media vragen allemaal om aandacht, waardoor jij en je kind makkelijk te veel eten en je dus sneller overgewicht ontwikkelen.

Eet alleen aan tafel

De eetkamertafel is de enige plek waar de hoofdmaaltijden gegeten mogen worden. Aan de ene kant zorg je er zo voor dat het duidelijk is dat er gegeten gaat worden. Aan de andere kant beperk je zo de stoorzenders. Eten voor de televisie is uit den boze!

Eet wanneer je kind nog fit is

Je kind eet het beste wanneer het nog fit is en niet vermoeid. Eet dus niet vlak voor het slapengaan. Ook is de kans groter dat je kind geen machtsstrijd gaat maken van het eten als het nog fit is. Dit scheelt weer heleboel frustratie aan de eettafel!

Regels rondom eten

Het honger- en verzadigingsgevoel is bij kinderen zeer goed in evenwicht. Kinderen hebben perfect door wanneer zij genoeg hebben gegeten, of wanneer zij nog meer lusten. Als ouder bepaal je echter wel wanneer en wat er gegeten gaat worden. Je kind mag echter bepalen wanneer het genoeg heeft gegeten. Dwing je kind nooit om het bord leeg te eten. Hiermee negeert je kind namelijk zijn verzadigingsgevoel en zal op volwassen leeftijd ook meer gaan eten, dan hij, of zij nodig heeft en ontwikkelt sneller overgewicht. Ga niet de strijd aan of je kind wel, of niet genoeg heeft gegeten. Wanneer je kind de ene dag te weinig eet, zal het de volgende dag wel wat meer eten.

Straf ook nooit met eten. Geef je kind altijd een toetje. Ook als je kind naar jouw oordeel slecht heeft gegeten, straf dat dan nooit af door geen toetje te geven. Het toetje krijgt dan namelijk de status van beloon- en strafmiddel.

Lees ook:

Bronnen:

Nederlands Centrum Jeugdgezondheid https://www.ncj.nl/landelijke-coordinatie/overzicht-landelijke-documenten/richtlijn/?item=85 opgevraagd op 26-10-2015

Help! Net moeder (of vader) veelgestelde vragen

Als je net moeder of vader bent geworden komt er veel nieuws op je af. Nieuwe ouders vragen zich vaak af of ze het wel goed doen. Nieuwe ouders vragen zich vaak af hoeveel een baby per dag mag huilen en of hun baby een huilbaby is. Ook vragen nieuwe ouders zich vaak af hoeveel een baby, mag, of moet drinken, wat zij kunnen doen aan darmkrampjes, wat regeldagen zijn en wat de moeder mag eten en drinken als zij borstvoeding geeft. De net bevallen vrouw kan haarzelf ook afvragen wanneer zij weer slank en fit is en niet meer zo moe.

Mijn baby huilt zo veel!

Als een baby huilt, lijkt dat altijd heel erg lang te duren met name als het je eigen kind is. Gemiddeld huilen baby’s van zes weken oud gemiddeld tweeënhalf uur per dag. Een baby van zes weken oud heeft op die leeftijd zijn of haar huilpiek, omdat een baby de meeste last heeft van darmkrampjes. Na zes weken nemen de darmkrampjes af en neemt het aantal uren huilen per dag steeds meer af.

Vaak huilt een baby in de avonduren het meeste, omdat een baby dan het meeste last heeft van darmkrampjes. Een baby van drie maanden tot een jaar oud huilt gemiddeld een uur tot anderhalf uur per dag. Door een baby bij je te dragen in een draagdoek kan het huilen minder worden. Men spreekt van een huilbaby bij de regel van drie. Dit betekent dat wanneer een baby drie achtereen gesloten weken, drie dagen of meer per week drie of meer uren huilt, een baby een huilbaby is.

Hoe vaak mag mijn baby aan de borst?

Wanneer de baby huilt, heb je meestal direct een toeschietreflex (er loopt melk uit de borst). Dit komt omdat het huilen van de baby zorgt voor het vrijkomen van het hormoon oxytocine. Oxytocine zorgt ervoor dat de melkklieren in de borst samentrekken en de melk uit de borst knijpen. Dat er sprake is van een toeschietreflex betekent niet dat de baby ook echt moet drinken.

In principe mag je de baby zo vaak laten drinken als je wil. Een baby heeft echter gemiddeld in het begin acht tot twaalf voedingen per dag nodig. Er zijn echter ook een aantal regeldagen. Op deze regeldagen regelt de baby de hoeveelheid borstvoeding die hij/zij nodig heeft opnieuw in en vraagt daarom vaker om borstvoeding. De regeldagen komen voor op de tiende dag, zes weken en drie maanden na de bevalling. Op deze regeldagen vraagt de baby om de twee uur om borstvoeding. Ga geen venkelthee, of anijs(thee) drinken om de melkproductie te stimuleren. Het is namelijk nog niet duidelijk of de stoffen die in deze theesoorten zitten schadelijk kunnen zijn voor de baby.

Wanneer ben ik weer fit en minder moe na de bevalling?

Wanneer je weer fit bent na de bevalling is afhankelijk van je fitheid voor de bevalling en tijdens de zwangerschap. Als je toen fit was, ben je na de bevalling ook sneller fit.

Het hormoon progesteron dat in hoge concentraties tijdens de zwangerschap aanwezig was, heeft het bewegingsapparaat (spieren, pezen en gewrichten) echter verzwakt. Dit is gunstig tijdens de zwangerschap, omdat dat de bevalling vergemakkelijkt. Ook zorgt progesteron ervoor dat de ingenestelde bevruchte eicel niet wordt afgestoten. Dit doet progesteron door spiersamentrekkingen van de baarmoeder tegen te gaan.

Gezond eten, veel en gedoseerd bewegen, zorgt ervoor dat je sneller fit bent. Zorg voor een combinatie van kracht- en duurtraining, maar begin op een lichte intensiteit en overhaast niets.

Wanneer ben ik weer slank na de bevalling?

Wanneer je weer je oude figuur terug hebt na de bevalling is afhankelijk van hoeveel je bent aangekomen tijdens de zwangerschap. Ben je veel aangekomen, dan duurt het afvallen langer. Probeer echter nooit meer dan een halve kilo per week af te vallen. Daarnaast zorgt gezond eten en veel lichaamsbeweging ervoor dat je sneller je oude gewicht terug hebt.

Tenslotte zorgt het geven van borstvoeding ervoor dat je sneller en makkelijker afvalt. Een vrouw die borstvoeding geeft, verbruikt dagelijks namelijk 400 tot 500 calorieën extra per dag. Dit staat gelijk aan de hoeveelheid calorieën die worden verbrand met een uur tot anderhalf uur stevig doorwandelen.

Wat moet ik eten als ik borstvoeding geef?

In principe mag je bijna alles eten als je borstvoeding geeft. Er is ook geen wetenschappelijk bewijs dat de voeding van de vrouw, via de borstvoeding darmkrampjes bij de baby kan uitlokken. Het is echter wel belangrijk dat je gezond eet als je borstvoeding geeft. Slecht eten en borstvoeding geven, putten het vrouwenlichaam uit en vergroten de kans op botontkalking (osteoporose). Eet dus:

  • Minimaal 2 ons groente
  • Minimaal 2 stuks fruit
  • 3 bekers magere en halfvolle melkproducten
  • 3-5 aardappels, of 3-5 opscheplepels volkoren pasta, of zilvervliesrijst
  • 5-7 sneden volkoren brood besmeerd met halvarine
  • 125 gram vlees en vleeswaren
  • 2 plakken kaas
  • 10-20 gram olie
  • Anderhalve liter water
  • Een multivitamine voor vrouwen die borstvoeding geven

Wat te doen bij darmkrampjes bij mijn baby?

Bijna iedere baby heeft er last van; darmkrampjes! De piek dat baby’s de meeste last hebben van darmkrampjes ligt rond de zes weken, daarna nemen de darmkrampjes geleidelijk af. De darmen van baby’s moeten nog rijpen en wennen aan fles- of borstvoeding. Dit wennen aan fles- of borstvoeding duurt een hele tijd. Daarnaast kan lucht in de speen van de flesvoeding ervoor zorgen dat de baby lucht inslikt en dit kan eveneens darmkrampjes uitlokken.  Ook met de baby met de buik op de onderarm, of over de schouder lopen, kan ervoor zorgen dat de lucht loskomt en de baby beter scheetjes en boertjes kan laten en daardoor minder last heeft van darmkrampjes. Tenslotte zijn er druppeltjes beschikbaar met de stof dimeticon, of simeticon, zoals Sab Simplex, Infacol, of een huismerk van een drogisterij. Deze middeltjes moeten gegeven worden vlak voor een voeding en kunnen helpen tegen krampjes.

Wanneer heeft de baby genoeg borstvoeding gedronken?

Veel vrouwen die net moeder zijn geworden, twijfelen of hun baby genoeg borstvoeding binnenkrijgt. Een baby krijgt genoeg borstvoeding als de baby goed groeit, levendig en alert oogt en dagelijks ongeveer zes zware plasluiers heeft.

Verder kan speciale flesvoeding voor vermindering van de darmkrampjes bij de baby zorgen. Deze flesvoeding heet Nutrilon Omneo van Nutricia en is zowel online als in de drogisterij goed verkrijgbaar.

Ook borstvoeding die erg snel stroomt, kan darmkrampjes uitlokken. De baby moet dan namelijk erg snel drinken. Hierdoor moeten de darmpjes veel voeding in korte tijd verwerken. Er zijn verschillende maatregelen die kunnen helpen tegen darmkrampjes. Zo kun je fietsen met de beentjes van de baby. Hierdoor komt de lucht los in de darmen en kan de baby scheetjes en boertjes laten.

Tenslotte wordt er afgeraden om alcohol te drinken, meer dan 3 kopjes koffie (in verband met cafeïne) te drinken en te roken. Alcohol, cafeïne en de schadelijke stoffen uit sigarettenrook komen namelijk via de borstvoeding bij de baby terecht.

Bronnen:
Lees ook: